Meer mensen, minder welvaart - hoe migratie ons inkomen per hoofd uitholt
- Redactie / Editors

- 7 mei
- 4 minuten om te lezen
Europa groeit. De economieën van België en de rest van de Europese Unie produceren jaar na jaar meer. Het bbp stijgt, de krantenkoppen melden vooruitgang, en politici wijzen trots op de groeicijfers. Maar er is één getal dat zelden centraal staat in dat debat: het inkomen per inwoner. En dat getal vertelt een heel ander verhaal.
De truc van de grote getallen
Stel: een land heeft tien inwoners en een economie van 100. Inkomen per hoofd: 10. Nu komen er vijf nieuwe inwoners bij, en de economie groeit naar 112. Klinkt als vooruitgang. Maar het inkomen per hoofd is gedaald naar 7,5. De taart is groter geworden, maar de plakken zijn kleiner. Dit is geen hypothetisch model. Dit is, in grote lijnen, wat er de afgelopen twee decennia is gebeurd in België en in grote delen van West-Europa. De totale economische output groeit gestaag. De bevolking groeit - door migratie - nog sneller. En het resultaat is dat de gemiddelde Belg, de gemiddelde Nederlander, de gemiddelde Duitser er per saldo niet op vooruit is gegaan. In veel gevallen is hij er op achteruitgegaan.
Migratie en economische groei is een begrip dat beleidsmakers graag in één adem noemen, alsof het één ding is. Maar groei van het totaal en groei per persoon zijn fundamenteel verschillende dingen. We verwarren ze systematisch, soms per ongeluk, soms niet.

Wie komt er binnen, en wat kost dat?
De kern van het probleem zit niet in migratie als zodanig. Hoogopgeleide arbeidsmigranten die een productiviteitstekort opvullen, kunnen wel degelijk bijdragen aan de economie. Dat is in theorie mooi, en in specifieke gevallen ook in de praktijk zo.
Maar de realiteit van de migratie naar België en Europa is een andere. De grootste instroom komt uit landen in Noord-Afrika, Sub-Sahara Afrika en het Midden-Oosten, gebieden met grote culturele en economische afstand tot de Europese arbeidsmarkt. Arbeidsparticipatie onder deze groepen ligt structureel lager. In België is de werkloosheid onder mensen van niet-Europese origine twee tot drie keer hoger dan het nationale gemiddelde. Dat is geen anekdote, dat zijn cijfers van Statbel en het Federaal Planbureau.
Wie niet werkt, draagt niet bij aan de productie. Maar hij of zij maakt wél gebruik van gezondheidszorg, onderwijs, sociale zekerheid, huisvesting en infrastructuur. De kosten van migratie in België worden zelden integraal doorgerekend, inclusief tweede generatie, taalonderwijs, integratietrajecten, rechtszaken, detentiecentra en het zwaardere beroep op de publieke ruimte. Studies die dat wél proberen, zoals die van het Itinera-instituut, komen tot aanzienlijke netto kostencijfers per migrant per jaar.
Het middellonen effect: het gemiddelde daalt
Dan is er nog een tweede mechanisme, dat minder zichtbaar is maar minstens zo ingrijpend.
Wanneer grote aantallen laagopgeleide werknemers de arbeidsmarkt betreden, daalt het gemiddelde loon. Niet voor iedereen evenveel, werkgevers profiteren van goedkopere arbeid, en hoogopgeleide werknemers worden nauwelijks geraakt. Maar de middenklasse en de lageropgeleide autochtone werknemer voelen het wel. Zij concurreren plotseling met mensen die bereid zijn voor minder te werken, en hun onderhandelingspositie verzwakt.
Het resultaat: het inkomen per inwoner Europa groeit op papier misschien licht, maar de mediaan, het inkomen van de middelste persoon, daalt of stagneert. Dat is precies waarom zoveel gewone mensen het gevoel hebben dat ze er niet op vooruitgaan, ook al zeggen de economische nieuwsberichten van wel. Ze hebben gelijk. Ze worden systematisch verkeerd begrepen door een elite die naar gemiddelden kijkt en niet naar de verdeling.
Inflatie als verborgen belasting en uitholling welvaart.
Er is nog een derde factor: inflatie. De afgelopen jaren hebben Belgische gezinnen een inflatiegolf meegemaakt die hun koopkracht fors heeft aangetast. Energieprijzen, voedselprijzen, huurprijzen, alles werd duurder. Lonen volgden, maar niet volledig en niet voor iedereen.
Migratie heeft een directe relatie met bepaalde prijzen, met name huurprijzen. Een grotere bevolking in steden als Brussel, Antwerpen en Gent drijft de vraag naar woningen op zonder dat het aanbod evenredig meegroeit. De huurprijzen stijgen. Wie al een huis bezit, profiteert. Wie huurt, en dat zijn onevenredig vaak jongeren en mensen met een lager inkomen, betaalt de rekening.
Bevolkingsgroei en welvaart gaan niet automatisch hand in hand. Ze doen dat alleen als de groei gepaard gaat met evenredige investeringen in infrastructuur, woningbouw en publieke diensten. Die investeringen zijn in België structureel onvoldoende. De overheid loopt al achter, en elke nieuwe inwoner vergroot de achterstand.
Het taboe dat ons arm houdt
Het probleem is niet alleen economisch. Het is ook politiek en cultureel. Wie vraagtekens plaatst bij de economische logica van de huidige migratie, riskeert te worden weggezet als populist of erger. De nuance, dat migratie als beleidsinstrument goed of slecht kan uitpakken afhankelijk van wie er komt en onder welke voorwaarden, verdwijnt in een zwart-wit debat.
Dat taboe heeft een prijs. Beleid dat niet eerlijk geëvalueerd mag worden, kan niet verbeterd worden. En ondertussen stapelen de kosten zich op: financieel, sociaal, infrastructureel. Niet voor de bovenste laag van de samenleving, die de rekening niet voelt. Maar voor de gewone Belg, de middenklasse, de huurder, de arbeider, de gepensioneerde die elk jaar iets harder moet werken voor iets minder resultaat.
De economie groeit. Dat klopt. Maar welvaart is niet hetzelfde als groei. Welvaart is wat er per persoon overblijft nadat alle kosten zijn betaald. En dat cijfer, als we het eerlijk berekenen, gaat al jaren de verkeerde kant op.
Het wordt tijd dat we dát getal centraal stellen in het gesprek over migratie. Niet uit angst. Niet uit vijandigheid. Maar omdat eerlijke cijfers de basis zijn van eerlijk beleid, en eerlijk beleid de enige weg is naar echte welvaart voor iedereen die hier woont.
Beeld credits: Omid Armin via Unsplash



