Meten met twee academische maten? Belgische universiteiten, Israëlische universiteiten, academische vrijheid en buitenlandse financiering
- Redactie / Editors

- 3 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
De beslissing van verschillende Belgische universiteiten om de samenwerking met Israëlische universiteiten te herzien, op te schorten of zelfs te beëindigen, blijft een van de meest controversiële discussies binnen het hoger onderwijs. Voorstanders beschouwen deze stap als een moreel signaal tegen het beleid van de Israëlische regering. Tegenstanders zien er vooral een selectieve vorm van opportunistisch activisme in die alle principes van academische vrijheid en de onderwijskwaliteit onder druk zet en de deur open heeft gezet voor geïnstitutionaliseerd antisemitisme.
De kernvraag is niet alleen of samenwerking met Israëlische universiteiten wenselijk is, maar ook of Belgische universiteiten dezelfde maatstaven toepassen op andere internationale partners. Wanneer instellingen zich beroepen op ethische principes, moeten die principes consequent worden toegepast. Anders ontstaat de indruk van politieke selectiviteit.

Tegelijkertijd openen veel Belgische universiteiten hun deuren voor studenten uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Het is belangrijk te benadrukken dat studenten individueel moeten worden beoordeeld en niet collectief verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de acties van politieke bewegingen of gewapende groepen. Het is onjuist en ongefundeerd om ervan uit te gaan dat studenten automatisch extremistische sympathieën hebben. Toch mag een universiteit zeker niet blind zijn voor veiligheids- en screeningsvraagstukken. Transparante procedures zijn noodzakelijk om zowel openheid als veiligheid te waarborgen. Nederland heeft al hele groep Gazaanse studenten opgehaald waar na een dag al bleek dat tenminste één van hen een Hamas terrorist was.
Het debat bij ons in Vlaanderen wordt nog complexer wanneer men kijkt naar buitenlandse financiering en internationale partnerschappen. Verschillende universiteiten in Europa, waaronder ook meerdere instellingen in België, onderhouden samenwerkingen met organisaties uit Qatar, China en andere landen die regelmatig worden bekritiseerd vanwege hun beperkte democratische vrijheden, spionage en verspreiding van een structureel anti-westerse boodschap. Wanneer Belgische universiteiten stellen dat ethische overwegingen een reden zijn om banden met Israëlische universiteiten te verbreken, rijst automatisch de vraag waarom diezelfde logica niet altijd wordt toegepast op andere partners die uit niet-democratische en zelfs openlijk vijandige landen afkomstig zijn.
De kwestie van buitenlandse financiering verdient daarbij bijzondere aandacht. Universiteiten hebben middelen nodig voor onderzoek, innovatie en internationale uitwisseling. Maar wanneer grote bedragen afkomstig zijn van vijandige autoritaire regimes, ontstaat een legitieme discussie over invloed, en academische onafhankelijkheid. Academische vrijheid betekent immers niet alleen vrijheid van politieke druk vanuit democratische regeringen, maar zeker ook vrijheid van economische of ideologische druk vanuit buitenlandse financiers uit niet-democratische anti-westerse landen.
In België speelt deze discussie zich af tegen een bredere politieke en economische achtergrond. Het land staat voor uitdagingen rond begrotingstekorten, concurrentievermogen en investeringen in onderzoek en ontwikkeling. De Belgische economie heeft behoefte aan sterke universiteiten die wereldwijd kunnen samenwerken met de beste onderzoeksinstellingen. Wanneer Belgische universiteiten internationale partners selectief behandelen, kan dat gevolgen hebben voor hun reputatie als open kenniscentra. Israëlische universiteiten en onderzoeksinstellingen behoren tot de beste ter wereld. De Belgische universiteiten zakken qua niveau steeds verder af. Het eenzijdige beleid om Israëlische onderwijsinstellingen te boycotten gaat niet helpen om de kwaliteit van onderzoek en onderwijs bij ons te verbeteren.
Voorstanders van de boycot argumenteren dat academische vrijheid niet los kan worden gezien van mensenrechten. Volgens hen hebben universiteiten niet alleen een wetenschappelijke, maar ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat standpunt wordt dan echter wel heel eenzijdig toegepast. En daarnaast blijft de vraag bestaan of een academische boycot alleen richting Israëlische instellingen daadwerkelijk bijdraagt aan vrede, dialoog of wederzijds begrip. Historisch gezien hebben wetenschappelijke contacten vaak juist bruggen gebouwd op momenten dat politieke relaties onder spanning stonden. Zeker ook omdat Israëlische onderwijs instellingen niet met een zak overheidsgeld zwaaien om hier invloed te kopen.
Het resultaat van onze eenzijdige hetze is dat Israëlische universiteiten worden beoordeeld op basis van nationale politiek in plaats van op basis van hun eigen academische prestaties en waarden. Veel Israëlische onderzoekers behoren tot de meest kritische stemmen binnen hun eigen samenleving. Door samenwerking met Israëlische universiteiten stop te zetten, worden ook juist wetenschappers geraakt die bijdragen aan debat, innovatie en kritische reflectie. Allemaal zaken waar onze democratische samenleving zeer veel baat bij heeft.
Daarom zou het debat niet moeten draaien om symbolische maatregelen maar meer om consistente principes. Als Belgische universiteiten vinden dat ethische criteria doorslaggevend zijn, dan moeten die criteria juist gelden voor partners uit niet-democratische autoritaire landen, ongeacht hun geopolitieke positie. Dat betekent een transparante evaluatie van alle universiteiten uit niet-democratische landen en juist niet bij Isaëlische en andere westerse universiteiten. Dit beleid zou moeten gelden voor alle instellingen die verbonden zijn aan landen waar mensenrechten, persvrijheid of politieke oppositie onder druk staan.
De essentie van academische vrijheid is niet het vermijden van moeilijke gesprekken, maar het mogelijk maken ervan. Universiteiten moeten plaatsen blijven waar ideeën botsen, waar onderzoek grenzen overschrijdt en waar internationale samenwerking niet wordt bepaald door politieke modegolven. Een geloofwaardig beleid vereist consistentie, transparantie en intellectuele eerlijkheid. Van enig debat is momenteel geen sprake meer. De eenzijdige hetze ten opzichte van Israëlische instellingen heeft ieder debat onmogelijk gemaakt.
De discussie over Belgische en Israëlische universiteiten, academische vrijheid en buitenlandse financiering gaat uiteindelijk over de vraag welke waarden onze instellingen werkelijk verdedigen, en of die waarden consequent worden toegepast. Want als dat niet
meer mogelijk is, is het antisemitisme terug tot in de haarvaten van onze samenleving.
Beeld credits: Javier Trubea via Unsplash



