Energiebeleid in België - 1800 bedrijven wachten op elektra aansluiting
- Redactie / Editors

- 6 mei
- 5 minuten om te lezen
Wie vandaag in België een bedrijf wil uitbreiden of starten en een fabriek wil elektrificeren of een laadplein wil plaatsen, ontdekt dat energiebeleid geen beleidsnota is maar een stopcontact met een aansluiting die er niet komt. Netcongestie, elektrificatie, concurrentiekracht en energiebeleid: dat zijn de vier woorden die de komende jaren zullen bepalen of België nog een industrieland blijft of een museum van goede bedoelingen wordt.
De paradox is pijnlijk. Ondernemers krijgen van Brussel, Vlaanderen en Europa te horen dat alles elektrisch moet worden, maar zodra zij doen wat de overheid vraagt, blijkt het net vol, de aansluiting onzeker en ligt de energiefactuur voor burgers en bedrijven bij ons structureel hoger dan bij concurrenten in de Verenigde Staten, China of andere productielanden.

De politieke boodschap was jarenlang eenvoudig: stap af van fossiel, investeer in elektrisch, bouw duurzaam, neem verantwoordelijkheid. Dat klonk modern, moreel en onvermijdelijk. Maar beleid wordt pas serieus wanneer het de fysieke werkelijkheid raakt. En die werkelijkheid is koper, kabel, transformator, vergunningen, piekvermogen en betaalbaarheid. Precies daar loopt België vast. De energietransitie is verkocht als een rechte snelweg naar een groene toekomst, maar voor veel bedrijven voelt ze inmiddels als een slingerpad vol omleidingen zonder einde, met aan het begin een subsidie- of aanmeldformulier en aan het eind een wachtlijst om aangesloten te worden op het net.
Het cijfer in de kop, 1800 bedrijven die nu al wachten op een elektriciteitsaansluiting, is meer dan een statistiek. Het is een belangrijke waarschuwing. Zelfs waar recent publiek vooral werd gesproken over honderden vastgelopen dossiers, is de richting duidelijk: het aantal aanvragen stijgt, de capaciteit blijft achter en de wachtrij wordt een enorme economische rem op het toekomstige verdienmodel van ons land. Netbeheerder Fluvius meldde in april 2026 dat 760 aanvragen dankzij een versoepelde flexibele aansluitformule uitzicht krijgen op aansluiting; tegelijk sprak de netbeheerder over 500 wachtende aanvragen voor industriële batterijprojecten. Het Vlaams Netwerk van ondernemingen - Voka waarschuwde eerder al dat bedrijven in lange wachtrijen staan of soms niet klassiek kunnen aansluiten, en dat zonder stroom geen bedrijvigheid, geen groei en geen transitie mogelijk is.
Daar zit de kern van het probleem. Een energietransitie die ondernemingen vraagt om meer stroom te gebruiken, maar hen geen stroom kan leveren, is geen transitie. Het is bestuurlijke zelfoverschatting van politici die alfa’s en geen bèta’s zijn. Europa en België hebben klimaatdoelstellingen opgestapeld alsof doelstellingen zelf turbines zijn. Men heeft deadlines vastgelegd, verboden aangekondigd, uitstoot normen aangescherpt en rapportageverplichtingen bedacht. Maar een fabriek draait niet op intenties. Een koelhuis koelt niet op een Green Deal. Een metaalbedrijf smelt geen staal met een persconferentie.
Ondertussen speelt de wereldwedstrijd zich niet af in de vergaderzalen van Brussel, maar op industrieterreinen in Texas, China, India, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië. Daar telt niet hoeveel pagina’s een duurzaamheidsrapport bevat, maar wat een kilowattuur kost en hoe snel een aansluiting wordt geleverd. De Verenigde Staten beschikken over een enorme hoeveelheid goedkope energie, schaal, gas, kernenergie en een politieke cultuur waarin industriële concurrentiekracht opnieuw strategisch wordt bekeken.
China bouwt tegelijk honderden kolencentrales, kerncentrales, zonneparken, windparken, netten en fabrieken op een tempo dat Europa niet kan bijhouden. Andere landen kijken naar Europese klimaatdoelstellingen en zien vooral een kans: als Europa zichzelf duurder maakt, verhuist productie vanzelf. Met andere woorden, een deel van de groei in de VS, China en andere landen komt van bedrijven die bij ons wegtrekken. In Nederland, met name in de haven van Rotterdam is al een exodus gaande in de Petro-Chemische kluster.
Dat is de ongemakkelijke waarheid waar Belgische politici liever omheen praten. Natuurlijk investeert China ook in hernieuwbare energie. Natuurlijk zijn de VS verdeeld over klimaatbeleid. Maar voor de ondernemer die beslist waar hij een fabriek bouwt, is het verschil glashelder: energie moet beschikbaar, voorspelbaar en betaalbaar zijn. Als België zegt: “U moet elektrificeren, maar uw aansluiting komt later, misschien flexibel, mogelijk afschakelbaar en tegen hoge kosten”, dan zegt de concurrent in het buitenland: “Wij leveren morgen én tegen een lage prijs.” Dat is geen detail. Dat is het verschil tussen groei en vertrek.
De flexibele aansluiting wordt nu gepresenteerd als oplossing. In werkelijkheid is ze vaak een elegante naam voor schaarste. Een bedrijf krijgt dan wel vermogen toegezegd, maar moet bij dreigende netcongestie tijdelijk minder verbruiken. Voor sommige sectoren kan dat werken. Voor een batterijpark misschien. Voor een kantoor mogelijk. Maar voor een productiebedrijf, een koelinstallatie, een logistiek centrum, een chemische installatie of een geautomatiseerde lijn is “u krijgt stroom, behalve wanneer wij u vragen minder te gebruiken” geen volwaardig industriebeleid. Het is noodbeheer.
Wie deze kritiek uitspreekt, krijgt al snel het verwijt tegen de energietransitie te zijn. Dat is echter te makkelijk. De vraag is niet of bedrijven efficiënter, schoner en innovatiever moeten worden. De vraag is of beleid mag blijven doen alsof doelstellingen belangrijker zijn dan uitvoerbaarheid. België heeft jarenlang de energievoorziening via de kernenergie onzeker gemaakt en 5 van de 7 kernreactoren stilgelegd, terwijl juist die stabiel, goedkoop en schone elektriciteit leveren. Verder heeft België ook nog gascentrales als tussenoplossing nodig gehad, netinvesteringen te laat opgeschaald en tegelijk de elektrificatie versneld. Dat is alsof men iedereen verplicht om de trein te nemen terwijl de rails nog niet gelegd zijn.
Daarbij komt de kostprijs. Volgens het Internationaal Energieagentschap bleven EU-elektriciteitsprijzen voor energie-intensieve industrie in 2025 gemiddeld meer dan twee keer zo hoog als in de VS en bijna 50 procent hoger dan in China. Dat cijfer is vernietigend. Want energie is voor industrie geen randvoorwaarde, maar een grondstof. Een bakker, een datacenter, een staalbedrijf, een glastuinbouwer, een laadoperator: allemaal concurreren ze niet alleen op arbeid en innovatie, maar ook op stroom. Als Europa structureel duurder blijft, helpt geen enkele klimaatambitie om productie hier te houden.
Het gevolg is voorspelbaar. Bedrijven stellen investeringen uit, plaatsen dieselgeneratoren, kiezen kleinere projecten of kijken over de grens. De overheid zal dat vervolgens betreuren, commissies oprichten en nieuwe steunmechanismen bedenken om de schade van haar eigen beleid te repareren. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: eerst maakt men energie schaars en duur, daarna compenseert men de verliezers, vervolgens verhoogt men belastingen of nettarieven om die compensatie te betalen, waarna energie opnieuw duurder wordt.
Een volwassen energiebeleid zou beginnen met eerlijkheid. Zeg dat elektrificatie alleen kan als het net eerst zwaar wordt versterkt. Zeg dat klimaatdoelen zonder betaalbare baseload, kernenergie, opslag, vergunningensnelheid en industriële prioritering niet haalbaar zijn. Zeg ook dat België niet in een vacuüm leeft. Als Europa sneller vergroent dan het zijn concurrentiekracht kan beschermen, exporteert het geen waarden, maar banen, productie en emissies. Dan sluiten we hier fabrieken om vervolgens producten te importeren uit landen waar energie goedkoper is en de uitstoot minder streng wordt bekeken. Dat is geen klimaatbeleid. Dat is boekhoudkundige zelfmisleiding, economische zelfmoord en strategisch gezien een gigantische fout.
De kernvraag is dus niet of België groen moet worden, maar of België nog wil produceren. Wie dat wil, moet energie niet behandelen als moreel project, maar als strategische infrastructuur. Bouw netten en heropen kerncentrales voordat je verplicht elektrificeert. Geef productieve investeringen voorrang boven speculatieve aanvragen. Houd kernenergie serieus in beeld in plaats van kernreactoren te sluiten. Zie hier ons artikel van vorige week over de sluiting van de Belgische kerncentrales: https://www.benews.media/nl/post/energiebeleid-belgi%C3%AB-energievoorziening-privatiseren-franse-staat-kerncentrales Geef vergunningen sneller af. Stop met beleid dat bedrijven tegelijk opdraagt te groeien, te vergroenen en te wachten.
Zolang 1800 bedrijven op een aansluiting wachten, klinkt elke toespraak over de energietransitie hol. Een land dat zijn ondernemers geen stroom kan geven, heeft geen toekomstplan maar een probleem. En zolang Europa doet alsof de rest van de wereld dezelfde dure regels volgt, zal de conclusie hard maar logisch zijn: de energietransitie zoals zij nu wordt gevoerd, is niet gedoemd te mislukken door gebrek aan idealen, maar door gebrek aan realiteitszin.
Beeld credits: Matthew Henry via Unsplash



