top of page

De kettingzaag revolutie - Javier Milei’s rothbardiaanse aanval op het Argentijnse collectivisme

  • Foto van schrijver: Lorenzo Cianti
    Lorenzo Cianti
  • 2 dagen geleden
  • 17 minuten om te lezen

Dit artikel behoort tot de winnende inzendingen van de jaarlijkse Kenneth Garschina Undergraduate Student Essay Contest. In maart 2026, ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Murray Rothbard, schreven studenten essays over zijn iconische austro-libertaire werk For a New Liberty: A Libertarian Manifesto. De drie beste inzendingen werden gepresenteerd op de Austrian Economics Research Conference.


De afgelopen decennia heeft de wereld vrijwel machteloos moeten toezien hoe de politieke macht almaar verder uitdijde. De versterking van de uitvoerende macht, centrale planning en het steeds terugkerende beroep van overheden op vermeende “noodmaatregelen” hebben de vrijheid ingeperkt, vrijwillige samenwerking ondermijnd en de economische welvaart aangetast. Burgers worden daardoor steeds verder onderworpen aan het dwangapparaat van de staat, precies de weg naar horigheid die Friedrich von Hayek midden in de Tweede Wereldoorlog al voorzag. Helaas heeft de gedurfde boodschap van Murray Rothbard in For a New Liberty: The Libertarian Manifesto in de daaropvolgende decennia weinig weerklank gevonden.

Kettingzaag
Kettingzaag

Meer dan een halve eeuw geleden stelde de grondlegger van het anarchokapitalisme vast dat etatisme boven partijpolitieke scheidslijnen uitstijgt en uiteindelijk slechts één doel dient: het versterken van het complex van verzorgingsstaat, oorlogsstaat en reguleringsstaat, gedragen door de onheilige alliantie van grote overheid, grootkapitaal en grote vakbonden. In zo’n somber landschap leek Rothbards boodschap gedoemd om een dode letter te blijven. Toch lijkt de vrijheid vandaag opnieuw op te bloeien en wel op een plek waar men dat misschien het minst zou verwachten. Het centrum van deze libertaire heropleving is Argentinië, een land dat decennialang gebukt ging onder het peronisme en generaties lang werd gevormd door collectivistische denkbeelden en wantrouwen tegenover de vrije markt. Maar zo is het niet altijd geweest.


Na de onafhankelijkheid in 1816 trok Argentinië golven van Italiaanse en Spaanse immigranten aan, mensen met een sterke arbeidsethos en een pioniersmentaliteit. De vruchtbare gronden van de pampa’s, een dynamische particuliere sector en reële kansen op sociale stijging trokken hen weg uit de schaarse omstandigheden van hun vaderland. Deze kolonisten zetten zich met grote toewijding in en hielpen zo mee het karakter van hun nieuwe land te vormen. Tegelijk speelden zij een sleutelrol in de opmars van Argentinië naar de top van de rijkste landen ter wereld. Het hoogtepunt van die bloeiperiode viel in de late negentiende en vroege twintigste eeuw, in wat bekendstaat als de Edad de Oro, een tijdvak dat zich laat vergelijken met de Amerikaanse Gilded Age.


De ondernemers van Buenos Aires, gesteund door Britse technische kennis en investeringskapitaal, legden de basis voor een privaat gefinancierd infrastructuurnetwerk dat zou uitgroeien tot het grootste spoorwegsysteem van de Zuidelijke Kegel. Daardoor kwam de verstedelijking van de centrale provincies in een stroomversnelling en nam de handel tussen de kustgebieden en het binnenland sterk toe. Grootschalige landbouwexport, lage invoertarieven en directe buitenlandse investeringen werkten samen en brachten een economisch wonder voort.


Tussen 1870 en 1914 verdubbelde het Argentijnse bbp per hoofd van de bevolking ruimschoots. Vanuit een bevolking van minder dan twee miljoen groeide het land uit tot meer dan acht miljoen inwoners. De jaarlijkse bevolkingsgroei bedroeg gemiddeld 3,4 procent, terwijl de economie jaarlijks met ongeveer 5 procent groeide. Het inkomen per hoofd kwam daarmee bijna op hetzelfde niveau als dat van Canada en Australië, lag boven dat van Frankrijk, België en Duitsland, en overtrof duidelijk de levensstandaard in Italië en Spanje, de voornaamste herkomstlanden van de immigranten. Maar deze opmerkelijke episode, die sterk deed denken aan Rothbardiaanse vrijheid, liep ten einde.


De periode van minimale overheidsinmenging maakte al snel plaats voor wat in Argentinië bekend zou worden als de Década Infame, het “beruchte decennium”. Dat begon met de militaire staatsgreep van 6 september 1930, waarbij president Hipólito Yrigoyen werd afgezet. Toen de Grote Depressie de wereldhandel deed instorten, sloot de Argentijnse elite de binnenlandse markt af in een vergeefse poging tot autarkie. Protectionistische barrières werden opgeworpen om de afhankelijkheid van ingevoerde industriële producten terug te dringen, prijs- en looncontroles werden ingevoerd en in 1935 werd de Centrale Bank van de Argentijnse Republiek opgericht. Daarmee kregen de overblijfselen van de goudstandaard de genadeslag en werd het staatsmonopolie op geldschepping en krediet definitief verankerd.


De situatie verslechterde verder toen generaal Juan Domingo Perón op 24 februari 1946 aan de macht kwam. Perón bewonderde Benito Mussolini’s vermogen om arbeid en kapitaal met elkaar te “verzoenen” zozeer dat hij belangrijke elementen van het Italiaanse fascisme aan de Argentijnse context wilde aanpassen. Onder zijn dirigistische bewind begon een periode van verregaande staatssturing van de economie, gecombineerd met sociale programma’s en de nationalisatie van strategische sectoren. Het peronisme verhief de vakbonden tot pijlers van een corporatistische orde die “sociale rechtvaardigheid” beloofde, maar in de praktijk de middenklasse uitholde doordat georganiseerde arbeid werd bevoordeeld ten koste van zelfstandige producenten. Aantastingen van het eigendomsrecht maakten tiranniek machtsmisbruik mogelijk tegen iedereen die niet bereid was zich achter het regime te scharen. Dissidenten kregen te maken met verstikkende, confisquerende belastingen of werden vervolgd totdat zij het zwijgen werd opgelegd.


Ook het herstel van de democratie in 1983 bracht nauwelijks wezenlijke verandering in de Argentijnse economie. Het peronisme en zijn linkse uitloper, het kirchnerisme, kwamen samen onder de bredere noemer van het “socialisme van de 21e eeuw”, dat zich hulde in termen als “democratisch humanisme” en “herverdeling van welvaart”. Kirchnerisme ging zelfs verder dan Peróns model en omarmde een nog nadrukkelijkere verering van Leviathan. Tijdens hun twaalfjarige heerschappij organiseerden Néstor Kirchner (2003–2007) en Cristina Fernández de Kirchner (2007–2015) de onteigening van particuliere pensioenfondsen, grote ondernemingen en spaargelden van huishoudens. Ondertussen bleef het wanbeleid voortduren: ongebreidelde geldschepping wakkerde de inflatie aan en ondermijnde de peso, officiële statistieken werden gemanipuleerd om dat wanbeheer te verhullen, en Argentinië zocht toenadering tot socialistische regeringen elders in de regio.


Vlak vóór de verkiezingen van 2023 zou elk toekomstbeeld van Argentinië vooral een voorspelling van naderend onheil zijn geweest. Het land zat gevangen in een spiraal van oplopende schulden en corruptie, zonder realistisch uitzicht op herstel. Maar toen diende zich een onverwacht fenomeen aan dat de voorspellingen van commentatoren onderuithaalde en een koers omboog die onomkeerbaar leek. De austro-libertaire econoom Javier Milei, voorstander van een radicale inperking van de staatsmacht, wist een opvallende opmars te maken in de Argentijnse politiek. Wat op het eerste gezicht paradoxaal klinkt, heeft resultaten opgeleverd die vragen om een beoordeling in het licht van Rothbards kernargumenten. Om dat te kunnen doen, is het echter eerst nodig Milei’s intellectuele achtergrond te begrijpen.


De huidige president verdiepte zich grondig in libertaire ideeën en maakte zich het werk eigen van Mises, Hayek, Böhm-Bawerk, Kirzner, Hazlitt, Machlup en vele anderen. In zijn semi-autobiografische boek The Path of the Libertarian vertelt Milei hoe hij al in zijn tienerjaren voor het eerst in aanraking kwam met de Oostenrijkse school. De lectuur van Carl Mengers Principles of Economics veranderde zijn manier van denken en liet hem de denkfout zien van rigide wiskundige modellen toegepast op menselijk handelen. De lezing van Rothbards Man, Economy, and State versterkte vervolgens zijn geloof in de praxeologie.


Ondanks enkele resterende monetaristische invloeden is het op zijn best misleidend om Milei een neoklassiek econoom te noemen. In Capitalism, Socialism, and the Neoclassical Trap (2024) valt hij het neoklassieke paradigma frontaal aan. Volgens hem leiden de inherente gebreken ervan, zoals het veronderstellen van “evenwicht bij volkomen concurrentie” en het beroep op “marktfalen” om staatsingrijpen te rechtvaardigen, rechtstreeks naar collectivisme en economische stagnatie. Net als bij Rothbard wortelt Milei’s denken in een aristotelisch-thomistische filosofie en in methodologisch individualisme.


Milei dankt zijn grondige kennis van de Oostenrijkse economie mede aan de voortdurende dialoog met mentoren als Jesús Huerta de Soto en Alberto Benegas Lynch Jr., die de definitie van klassiek liberalisme formuleerde die Milei vaak in zijn toespraken aanhaalt:


"Het onbeperkte respect voor andermans levensproject, gebaseerd op het non-agressiebeginsel en de verdediging van de rechten op leven, vrijheid en eigendom — waarvan de fundamentele instituties particuliere eigendom, vrije markten zonder staatsingrijpen, vrije concurrentie, arbeidsdeling en sociale samenwerking zijn, waarbij succes alleen mogelijk is door anderen te dienen met betere goederen tegen betere prijzen".


Die formulering sluit nauw aan bij Rothbards libertaire credo in For a New Liberty:


"Het absolute recht van ieder mens op eigendom van zijn eigen lichaam; het even absolute recht om de materiële middelen die hij heeft gevonden en getransformeerd te bezitten en dus te beheersen; en bijgevolg het absolute recht om zulke eigendomstitels over te dragen of weg te schenken aan wie bereid is ze te ruilen of te ontvangen."


Verderop komt aan bod hoe Milei erin slaagde het libertarisme populair te maken.


Toen Milei in december 2023 aantrad, erfde hij fiscale en monetaire onevenwichtigheden van catastrofale omvang. Onder Alberto Fernández, de kirchneristische voorganger, was de staatsschuld opgelopen tot 156 procent van het bbp en leek Argentinië af te stevenen op zijn tiende soevereine wanbetaling. De Centrale Bank had negatieve dollarreserves op de balans staan. De maandinflatie liep op tot 25,5 procent, terwijl de cijfers op jaarbasis richting hyperinflatie dreigden te gaan. Tegelijkertijd was het armoedecijfer opgelopen tot 55 procent en leefde 17,5 procent van de bevolking in extreme armoede.


Milei had campagne gevoerd met een programma van forse bezuinigingen op de overheidsuitgaven, deregulering en belastingverlagingen. In zijn inaugurele rede erkende hij de ernst van de situatie expliciet met de woorden: “Er is geen geld.” Hij haalde scherp uit naar de politieke klasse die verantwoordelijk was voor de chaos en stelde dat er geen geldig “alternatief voor begrotingssanering en shocktherapie” bestond. Nooit eerder had een leider zo openlijk de roofzuchtige aard van de staat benoemd. Milei presenteerde zich dan ook steevast als econoom met een anti-mainstream analyse, niet als beroepspoliticus. Hij koestert een diepe minachting voor politici en beschouwt de staat, fundamenteler nog, als een grootschalige criminele organisatie die leeft van het toe-eigenen van particuliere middelen en zich aan verantwoording onttrekt, precies de diagnose die Rothbard ooit zo krachtig formuleerde.


Hoe kan een libertariër zijn doelstellingen najagen vanuit het hoogste politieke ambt? Het antwoord is eenvoudig: door staatsingrijpen tegen te gaan en de operationele reikwijdte van de overheid drastisch terug te dringen. De kettingzaag die Milei tijdens zijn campagnebijeenkomsten omhooghield, symboliseert precies die ambitie: breken met de etatistische patronen die Argentinië hebben verarmd. In zijn eerste presidentiële decreet schafte hij verschillende ministeries af, waardoor hun aantal daalde van achttien naar negen. Hij pakte ook de federale bureaucratie aan: ongeveer 37.000 ambtenaren werden ontslagen, bijna honderd secretariaten en ondersecretariaten verdwenen, evenals meer dan tweehonderd lagere administratieve eenheden. Kort daarna kondigde hij een omvangrijk uitvoeringsbesluit aan - het zogeheten Megadecreto - dat honderden regels op het gebied van huur en arbeidsmarkt moest schrappen om de concurrentiekracht van de economie te herstellen.


Milei bracht de begroting in reële termen met 35 procent terug en slaagde er al een maand na zijn aantreden in haar in evenwicht te brengen. Argentinië noteerde vervolgens in het eerste kwartaal van 2024 een begrotingsoverschot van 625 miljard peso. Dat was opmerkelijk, omdat sinds 2011 geen vergelijkbaar overschot meer was geboekt. Milei heeft herhaaldelijk onderstreept dat een nultekort een niet-onderhandelbare pijler van zijn beleid vormt. Rothbard veroordeelde begrotingstekorten immers als een vorm van intergenerationele diefstal en vond dat staatsschuld in beginsel moest worden verworpen.


De eerste prioriteit van de libertaire regering was het terugdringen van de ontspoorde inflatie. Minister van Economie Luis Caputo liet de wisselkoers vrijer bewegen en wist de daaruit voortvloeiende inflatoire druk in te dammen door strikte begrotingsdiscipline, het stopzetten van monetaire expansie en het beëindigen van schatkistfinanciering van overheidsuitgaven. Binnen een jaar was het spook van hyperinflatie bezworen. In april 2024 was de maandinflatie al teruggevallen tot 8,8 procent; in juni tot 4,6 procent. In de derde week van die maand kende het land zelfs voor het eerst in dertig jaar een periode zonder prijsstijging. Volgens de meest recente beschikbare cijfers bedroeg de maandinflatie in december 2025 nog 2,8 procent.


Ook de afschaffing van de huurwet uit 2020 zou Rothbard ongetwijfeld hebben toegejuicht. De eerdere regelgeving vertoonde duidelijke overeenkomsten met het stedelijke huisvestingsbeleid dat hij in New York bekritiseerde. Verhuurders waren gebonden aan asymmetrische opzeggingsregels, huurcontracten moesten verplicht minimaal drie jaar lopen en huurverhogingen waren slechts één keer per jaar toegestaan. Daardoor werd de vrijheid van zowel verhuurders als huurders beknot en werd economische calculatie ernstig verstoord. Het gevolg was misallocatie op de woningmarkt en een krimpend aanbod van huurwoningen. Na afschaffing van deze bepalingen nam het woningaanbod met 195 procent toe en daalden de huurprijzen fors.


Milei’s hervormingen uit het eerste regeringsjaar kregen hun wettelijke verankering in de Ley de Bases, die in juni 2024 door het Congres werd aangenomen en op 8 juli van dat jaar werd afgekondigd. Het gaat om een omnibuswet met structurele hervormingen in uiteenlopende sectoren, bedoeld om particulier initiatief te bevorderen. De titel verwijst bewust naar Juan Bautista Alberdi, de auteur van de grondwet van 1853 en een sleutelfiguur in de Argentijnse liberale traditie. De wet is thematisch opgebouwd en legt de nadruk op privatisering van overheidsinstanties, het aantrekken van kapitaal en de modernisering van het productieve systeem.


Een andere belangrijke ontwikkeling is het Pacto de Mayo, een akkoord dat Milei voorlegde aan de gouverneurs van de drieëntwintig provincies en aan de regeringsleider van de autonome stad Buenos Aires. Het document herdefinieert de verhouding tussen de nationale regering en de provincies in lijn met het subsidiariteitsbeginsel en rust op tien uitgangspunten: de onaantastbaarheid van particulier eigendom, een sluitende begroting, lagere overheidsuitgaven, belastinghervorming, heronderhandeling van de federale verdeelsleutel, provinciale autonomie bij de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, hervorming van de arbeidsmarkt, een overgang naar private pensioenfondsen, politieke hervorming en vrijhandel.


Milei draaide ook het grootste deel van de kapitaal- en valutacontroles terug en schafte de regels af die de deviezenmarkt jarenlang hadden verlamd. Van bijzonder belang was de opheffing van de cepo cambiario, het strikte stelsel van beperkingen op de aankoop en verkoop van buitenlandse valuta dat was ingevoerd na Cristina Fernández de Kirchners tweede ambtstermijn. Argentijnen mochten daardoor niet meer dan 200 Amerikaanse dollar per maand kopen tegen de officiële wisselkoers, waardoor miljoenen mensen werden gedwongen uit te wijken naar de zwarte markt in een duale valutawereld.


Terwijl veel landen steeds meer neomercantilistische reflexen vertonen, heeft Milei de internationale handel juist verdedigd als een onmisbare voorwaarde voor welvaart. Tijdens de opening van de 137e Landbouwtentoonstelling in Palermo bevestigde hij zijn voornemen om de retenciones al campo - de exportheffingen op landbouw- en veeteelt producten - structureel te verlagen en uiteindelijk volledig af te schaffen. De heffing op rund- en pluimveevlees ging van 6,75 naar 5 procent; op graangewassen van 12 naar 9,5 procent; op zonnebloemproducten van 7 naar 5,5 procent; op sojabonen van 33 naar 26 procent; en op sojabijproducten van 31 naar 24,5 procent. Doordat dit beleid een blijvend karakter krijgt, krijgen boeren meer planningszekerheid bij hun toekomstige teeltkeuzes. Die koers heeft bovendien positieve implicaties voor de Verenigde Staten, die hun biodiesel productie willen vergroten en daarvoor meer sojaolie en sojaschroot nodig hebben.


De kettingzaag bleef intussen door verspilling en inefficiëntie heen gaan. Het ministerie van Deregulering en Staatsmodernisering, onder leiding van Federico Sturzenegger, kreeg de opdracht de omvang van de overheid terug te dringen en de regeldruk voor bedrijven te verlichten. In achttien maanden tijd voerde Sturzenegger zo’n 5.000 dereguleringen door. Daaronder vielen de afschaffing van verouderde en onrechtvaardige regels, een inkrimping van het overheidsapparaat met 11,7 procent en een vergaande vereenvoudiging van administratieve procedures.


Op 26 december 2025 bekrachtigde Argentinië de Ley de Inocencia Fiscal, een wet die het belastingstelsel ingrijpend wijzigt door het toezicht te versoepelen en de drempel te verhogen waaronder burgers niet langer hoeven te verantwoorden waar hun middelen vandaan komen. Deze wet is gebaseerd op het constitutionele beginsel van de onschuldpresumptie (artikel 18) en past dat expliciet toe op het fiscale domein. Burgers worden daardoor niet langer als vermoedelijke fraudeurs behandeld, maar als compliant totdat het tegendeel bewezen is. Het agentschap voor inkomsten- en douanecontrole (ARCA) moet voortaan materiële inconsistenties aantonen voordat het aangiftes kan aanvechten. Daarmee wordt bureaucratische overreach begrensd.


Rothbard beschouwde belastingen als “diefstal op gigantische, ongecontroleerde schaal”, uitgevoerd door het monopolie van geweld: de staat. In zijn visie verstoort iedere belasting de vrijwillige ruil, verschuift zij middelen van producenten naar politieke cliënten en schept zij perverse prikkels. Rothbard ging zelfs zo ver te stellen dat belastingontduiking geen misdaad is, maar een legitieme vorm van verzet tegen staatsdwang.


Door het gebruikelijke vermoeden van schuld om te keren, dwingt deze hervorming de staat om zijn ingrijpen zelf te rechtvaardigen. Daarmee sluit zij aan bij Rothbards verdediging van eigendomsrechten en beperkt zij bureaucratische willekeur. Burgers krijgen meer ruimte om zich tegen fiscale inmenging te verzetten zonder meteen met sancties te worden bedreigd. In die zin kan deze wet worden gezien als een tussenstap richting een voluntaristische orde, waarin belastingen en staatsgezag uiteindelijk plaatsmaken voor spontane systemen van private verzekering en contractuele samenwerking.


Wie de gevolgen van Milei’s hervormingen overziet, kan moeilijk ontkennen dat zij de Argentijnse economie hebben verbeterd. Door het desinflatie proces konden ook de groothandelsrentes dalen: waar die in 2023 nog 121 procent bedroegen, bewegen zij zich nu rond 34 à 35 procent nominale jaarrente bij private banken. De verhouding tussen staatsschuld en bbp is gehalveerd en kwam in januari 2026 uit op 73 procent. Het bbp kromp tot en met het tweede kwartaal van 2024 met 1,5 procent als gevolg van de harde sanering, maar daarna volgde een stevig herstel, gedragen door exportgroei en hernieuwde investeringen. In 2025 benaderde de economische groei de 5 procent, ruim boven het Latijns-Amerikaanse gemiddelde.


Rothbard stelde dat de armen helpen in wezen neerkomt op één simpele zaak: de overheid moet uit de weg gaan. De Argentijnse ervaring lijkt hem daarin gelijk te geven. Als gevolg van de hervormingen daalde de armoede tegen medio 2025 naar naar schatting 31,1 procent, terwijl de kinderarmoede haar laagste niveau sinds 2017 bereikte. De ontstatelijking van de samenleving is daarmee nog allerminst voltooid, maar de empirische signalen wijzen onmiskenbaar in een hoopgevende richting.


Hier raken we aan een gevoelig breukvlak binnen het libertaire denken: de buitenlandse politiek. Rothbard merkte terecht op dat veel libertariërs zich ongemakkelijk voelen bij internationale kwesties en hun energie liever richten op normatieve theorie of binnenlandse politiek. Milei’s geopolitieke positionering heeft vijandigheid opgeroepen bij critici die hem afschilderen als een soort quasi-Buckley-aanhanger of zelfs als een neoconservatief die uit is op buitenlandse verstrengelingen, een beschuldiging die vaak samenhangt met zijn steun aan Israël. Zulke typeringen missen zowel zijn uitgangspunten als zijn doelstellingen. Milei pleit niet voor militair avonturisme en wil Argentinië’s niet-oorlogvoerende status niet opofferen door het land in geopolitieke confrontaties tussen grootmachten te trekken. Geen serieuze neoconservatief zou de staat omschrijven als een georganiseerde afpersingsmachine die via dienstplicht de lichamelijke integriteit van burgers schendt. Bovendien moet men rekening houden met Argentinië’s beperkte gewicht in de mondiale machtsverhoudingen, waardoor angst voor imperiale projectie grotendeels speculatief is.


Volgens Milei moet de westerse beschaving haar kern behouden door vast te houden aan joods-christelijke waarden en de beginselen van het natuurrecht. In zijn visie ontstaat individuele vrijheid niet in een moreel vacuüm, maar is zij geworteld in een lange ethische traditie. Hij hekelt wat hij ziet als een progressieve cultuur van zelfverloochening die Europa en Noord-Amerika heeft verzwakt.


Zijn diplomatieke houding wijst supranationaal bestuur af en getuigt van diepe scepsis tegenover intergouvernementele instellingen. In de traditie van negentiende-eeuwse klassiek-liberale denkers als Frédéric Bastiat en Richard Cobden betoogt Milei dat vreedzame co-existentie tussen naties het best wordt gewaarborgd door het vrije verkeer van goederen, arbeid en kapitaal. Dat veronderstelt volgens hem wel dat de opmars van het socialisme wordt gestuit, omdat die anders juist de voorwaarden voor zulke uitwisseling vernietigt.


Milei’s intrede in de Casa Rosada heeft ook buiten Argentinië weerklank gekregen. In landen als Panama, Ecuador, Bolivia, Honduras en Chili hebben linkse partijen forse verkiezingsnederlagen geleden tegen bewegingen die doorgaans als conservatief of anticommunistisch worden omschreven. Hoewel die winnaars niet zonder meer als libertariërs kunnen worden aangemerkt, hebben velen wel elementen van Milei’s stijl en retoriek overgenomen. Milei heeft dat momentum benut door te pleiten voor een regionaal vrijemarktblok als tegenwicht tegen het socialistische São Paulo Forum.


De manier waarop Milei het libertarisme heeft verspreid, sluit nauw aan bij de strategie die Rothbard in het slot van For a New Liberty uiteenzette. Vanaf 2015 begon Milei op te vallen als vaste gast in televisieprogramma’s en radiodebatten, waar hij de Oostenrijkse economie op een eenvoudige en toegankelijke manier uiteenzette. Als hoogleraar macro-economie aan de Universidad de Belgrano legde hij thema’s als de conjunctuurcyclus en de leer van het marginaal nut uit aan de hand van alledaagse voorbeelden. Zijn flamboyante stijl en felle, soms grove retoriek trokken vooral jongere generaties aan en wekten nieuwsgierigheid naar elementaire economische inzichten. Door de frustratie van jongeren te kanaliseren, wist Milei diffuse onvrede om te zetten in politiek momentum. Generatie Z vormt inmiddels het grootste deel van de electorale basis van La Libertad Avanza.


Milei’s opkomst berustte op een brede aantrekkingskracht. Hij wist niet alleen jonge kiezers te mobiliseren en de hogere middenklasse aan te spreken, die traditioneel ontvankelijk is voor klassiek-liberale ideeën, maar drong ook door in delen van de arbeidersklasse die jarenlang voor het kirchnerisme hadden gestemd. Anders dan Donald Trump probeerde Milei economisch kwetsbare groepen niet te winnen met grootse slogans of ongeloofwaardige beloften. In plaats daarvan stelde hij de morele superioriteit van het laissez-fairekapitalisme tegenover het staatsgerichte collectivisme centraal en presenteerde hij marktcoördinatie niet als technocratische noodzaak, maar als ethisch alternatief.


Op een strategisch kruispunt kon Milei ervoor kiezen zich te beperken tot een marginale achterban of zijn bereik in de Argentijnse samenleving te verbreden. Hij koos voor het laatste en won de tweede ronde van de presidentsverkiezingen tegen de peronist Sergio Massa met 55,7 procent van de stemmen. In 2023 had La Libertad Avanza slechts 38 van de 257 zetels in de Kamer van Afgevaardigden en 7 van de 72 in de Senaat, maar wist de partij toch haar agenda te bevorderen dankzij externe steun van de centrumrechtse coalitie Juntos por el Cambio en de Unión Cívica Radical. Die samenwerking verliep niet zonder spanningen. Om de wetgevende kwetsbaarheid te verkleinen, zocht Milei toenadering tot actoren die ontvankelijker stonden tegenover zijn programma, in de verwachting zijn positie bij de tussentijdse verkiezingen te versterken. In de Iberosfeer bewegen libertariërs op economisch en sociaal vlak vaak in de richting van rechts, zodat convergentie met conservatieve krachten grotendeels voorspelbaar was.


Een van Milei’s trouwste bondgenoten was Patricia Bullrich, minister van Veiligheid en tegenwoordig senator voor Buenos Aires. Als ervaren politica schaarde zij zich achter de president toen vicepresident Victoria Villarruel buiten zijn medeweten de Senaat bijeenriep, waardoor kirchneristen wetgeving konden aannemen die een pensioenmoratorium herinvoerde en de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen verhoogde. Een presidentieel veto volgde onmiddellijk. In een interview met buitenlandse media in februari 2025 verklaarde Bullrich zich “meer libertair dan conservatief” te voelen. Kort daarna stapte zij over van Juntos por el Cambio naar La Libertad Avanza. Of dat nu oprechte overtuiging was of politieke opportuniteit, is van ondergeschikt belang. Milei oefent een krachtige aantrekkingskracht uit en heeft miljoenen Argentijnen - zelfs politici van oude stempel - ertoe gebracht het vrijheidsvraagstuk opnieuw te doordenken.


De Argentijnse president is erin geslaagd libertariërs, religieuze conservatieven, liberale hervormers, law-and-order-aanhangers en politiek ongebonden anti-establishmentkiezers in één coalitie te verenigen. Die coalitie benadert Rothbards idee van rechts-populisme misschien wel trouwer dan welke eerdere poging ook. In minder dan vijf jaar groeide La Libertad Avanza uit tot de grootste politieke kracht van het land. Bij de tussentijdse verkiezingen van 2025 behaalde de partij een overtuigende overwinning met 40,8 procent van de stemmen. Voor het eerst kreeg de libertaire fractie in de Kamer van Afgevaardigden meer zetels dan de kirchneristen: 95 tegenover 93. Onder zulke omstandigheden wordt het steeds moeilijker om libertaire hervormingen nog tegen te houden.


Milei heeft eens opgemerkt dat politiek een spel met negatieve som is. Toch kan politiek worden ingezet als instrument om de staat van binnenuit af te breken en hem ertoe te dwingen “nog één laatste, snelle en glorieuze daad van zelfverbranding te verrichten, waarna hij van het toneel verdwijnt”, zoals Rothbard schreef in How and How Not to Desocialise. Milei noemt zichzelf “op korte termijn een minarchist en op lange termijn een anarcho-kapitalist”, volledig beseffend dat blijvende veranderingen alleen tot stand komen via een opeenvolging van concrete stappen. Had hij het minarchisme als louter theoretisch eindpunt benaderd, dan zou hij waarschijnlijk nooit de tastbare resultaten hebben bereikt die nu zichtbaar zijn. Waarschijnlijker is dat hij dan juist de status quo had bestendigd. Dat zou hem, in Rothbards termen, op het pad van “rechts opportunisme” hebben gebracht. Een roekeloze aanpak daarentegen zou zijn ontaard in “links sektarisme”.


Sommige libertariërs verwijten Milei dat hij überhaupt de politiek is ingegaan, uit angst dat politieke deelname libertaire principes onvermijdelijk verwatert of zelfs verraadt. Maar ondanks aanzienlijke obstakels heeft Milei tot nu toe opvallend consistent gehandeld. Rothbard wees gradualisme af als een doctrine waarmee eindeloos compromis kan worden gerechtvaardigd; Milei deelt die afkeer, wat deels verklaart waarom hij theorie in praktijk weet om te zetten. Een verdediging van individuele vrijheid kan niet effectief zijn als zij op het niveau van abstracte principes blijft steken en de praktische dimensie negeert. Libertariërs zouden meer gebaat zijn bij een realistische strategie dan bij ideologische zuiverheid of doctrinaire halsstarrigheid. Dat betekent niet dat men zich moet overgeven aan een louter utilitaristische logica, maar wel dat men pragmatische aanpassingen zoekt zonder het uiteindelijke doel uit het oog te verliezen. Iedere stap in de richting van vrijheid verdient waardering, omdat, zoals Rothbard schreef, “wat de overgangseisen ook zijn, het uiteindelijke doel van vrijheid steeds hooggehouden moet worden”; en omdat “geen enkele stap of middel ooit expliciet of impliciet in tegenspraak mag zijn met dat uiteindelijke doel”.


In dat licht krijgt ook de financiële swap van 20 miljard dollar, die afgelopen oktober werd gesloten tussen Argentinië en de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent, een andere betekenis. Hoewel zo’n regeling mogelijk afwijkt van de zuivere libertaire orthodoxie, hielp zij Milei’s hervormingen overeind te houden in een periode van verhoogde volatiliteit. Waar eerdere regeringen schulden opstapelden zonder geloofwaardig terugbetalingsperspectief, heeft de huidige regering deze verplichting volledig en inclusief rente binnen de afgesproken termijn voldaan.


Toch blijven veel vragen open. Het is onzeker of Milei zijn campagnebelofte om de Centrale Bank op te heffen daadwerkelijk zal uitvoeren of uiteindelijk zal terugschrikken voor die stap. Ook is onduidelijk of het haalbaar is de munt volledig te denationaliseren en afstand te nemen van fiatgeld. Binnenlandse en internationale druk kunnen zijn manoeuvreerruimte verkleinen, de reikwijdte van de hervormingen beperken en verdere stappen op de weg naar vrijheid bemoeilijken. Het is nog te vroeg voor definitieve conclusies, maar het is goed denkbaar dat de meest ambitieuze onderdelen van Milei’s agenda pas in een tweede ambtstermijn kunnen worden gerealiseerd, als het politieke klimaat dat toelaat.


Libertariërs doen er daarom goed aan Milei noch te vereren noch kritiekloos te volgen. Verstandiger is het om van zijn ervaring te leren, eventuele fouten onder ogen te zien en niet te vervallen in vooringenomen afwijzing. Het libertarisme is immers geen dogma waarmee men de menselijke natuur langs politieke weg wil herscheppen, maar eerder een remedie tegen de ziekten van de moderne wereld. Milei laat zien dat de culturele strijd tegen het collectivisme nog altijd te winnen is. Zijn “kettingzaag revolutie” suggereert dat vrijheid het enige beginsel is dat de menselijke waardigheid werkelijk respecteert, individualiteit beschermt en de samenleving kan bevrijden van een van haar hardnekkigste illusies: het geloof dat de staat een welwillende actor zou zijn.


Lorenzo Cianti studeert politicologie en internationale betrekkingen aan de Roma Tre University. Hij schrijft voor het oudste opinieblad van Italië, L’Opinione delle Libertà, evenals voor het online magazine Atlantico Quotidiano en voor het Mises Institute. Zijn werk richt zich op economische, filosofische, culturele en politieke thema’s.


Dit artikel verscheen eerder op de website van het Mises Institute https://mises.org/mises-wire/chainsaw-revolution-javier-mileis-rothbardian-assault-argentine-collectivism 

Beeld credits: Getty Images via Unplash

 

bottom of page