top of page

Wanneer de microfoon groter wordt dan de kennis – Expertiseoverschrijding en mediavertantwoordelijkheid omtrent activisme en het Midden-Oosten

Foto van schrijver: Redactie / Editors
Redactie / Editors
27 mei
3 minuten om te lezen

Marc Van Ranst beweert alles te weten van virussen. Anuna De Wever was eindeloos bezig met ons te informeren over het klimaat. Greta Thunberg kent de CO₂-grafieken uit haar hoofd. Dat is niet niks, ieder op hun eigen terrein verdienen zij aandacht, erkenning, soms zelfs bewondering voor hun tomeloze energie inzake het uitleggen van hun idealen en verspreiden van hun kennis. Maar ergens tussen de schijnwerpers en de microfoon is er iets goed misgelopen. Want vandaag geven diezelfde figuren met hetzelfde zelfvertrouwen hun mening over het Midden-Oosten, over een van de meest complexe geopolitieke conflicten ter wereld. Wat opmerkelijker is, de Vlaamse media laten hen begaan. Dit is een schoolvoorbeeld van expertiseoverschrijding, en uiting van narcistische trekjes van deze zelfbenoemde experts.De mediaverantwoordelijkheid die vereist is wordt angstwekkend weinig in acht genomen.


Het fenomeen heeft een naam in de academische wereld: het halo-effect. Wie op één domein gezag verwerft, straalt dat gezag onbewust uit op andere terreinen. Van Ranst werd tijdens de pandemie een nationaal gezicht. Die zichtbaarheid kleeft. En zo kan iemand die viroloog is, plots ook geopolitiek commentator worden over Gaza, Israël en de Palestijnse kwestie, zonder dat iemand vraagt naar zijn kwalificaties op dat vlak. Zijn activisme rond het Midden-Oosten heeft niets te maken met zijn medische expertise, maar het publiek maakt dat onderscheid nauwelijks.


Greta Thunberg
Greta Thunberg

Hetzelfde geldt voor het klimaatactivisme dat De Wever en Thunberg groot maakte. Klimaatwetenschap en Midden-Oostenpolitiek zijn twee compleet verschillende domeinen. Het ene draait om atmosferische data en energietransitie, het andere om decennia van geschiedenis, oorlog, religieuze spanningen, VN-resoluties, volkenrecht en geopolitieke machtsverhoudingen. Wie denkt dat activisme en verontwaardiging voldoende zijn om over dit laatste te oordelen, vergist zich grondig. Toch stellen deze figuren zich structureel anti-Israël op, een positie die zelden of niet genuanceerd wordt, zelden in context geplaatst, en zelden bevraagd in onze media.


En daar begint het echte probleem: de mediaverantwoordelijkheid.


Journalisten zijn de poortwachters van het publieke debat. Het is hun taak om niet alleen te registreren wat bekende mensen zeggen, maar ook om te beoordelen of die mensen de nodige expertise hebben om over een bepaald onderwerp te spreken. Als een viroloog uitspraken doet over internationale politiek, is de eerste vraag die een journalist zou moeten stellen simpelweg: "Op basis waarvan?" Niet als aanval, maar als elementaire redactionele afweging. Die vraag blijft in Vlaanderen te vaak ongesteld.


Het gevolg is een medialandschap waarin expertiseoverschrijding genormaliseerd wordt. Bekendheid vervangt kennis. Verontwaardiging vervangt analyse. En het activisme van mensen met een groot bereik, hoe oprecht het ook bedoeld kan zijn, wordt kritiekloos doorgestuurd naar een publiek dat denkt goed geïnformeerd te worden. Over het Midden-Oosten, een onderwerp waar historici, juristen en geopolitieke analisten hun leven aan wijden, wordt even makkelijk gecommuniceerd als over een klimaatmars of een vaccin.

Dat is geen nieuws of informatie verschaffen aan het publiek. Dat is het publiek mis-informeren.


Wat ontbreekt in dit debat is redactionele moed. De moed om een bekende naam te bevragen. De moed om te zeggen: "U bent hier niet de aangewezen stem." Niet om die persoon te beschadigen, maar om het onderwerp de ernst te geven die het verdient. Het Midden-Oosten is geen kwestie die je begrijpt vanuit een klimaatbetoog of een virologisch model. Het vraagt kennis van geschiedenis, van recht, van de interne dynamieken van Hamas, de PLO, de Israëlische politiek, de rol van Iran, van Qatar, van de VS. Wie die kennis niet heeft, doet er beter aan te zwijgen, of op zijn minst te beginnen met luisteren. Nu zien we aan personen als van Ranst, de Wever en Thunberg dat luisteren niet hun sterkste kant is. Ze willen vooral zenden en media aandacht. Als de oorlog in het Midden Oosten voorbij is gaan we dan merken wat hun volgende expertise onderwerp gaat worden?


Expertiseoverschrijding is geen misdaad. Maar wanneer ze gepaard gaat met luidruchtig activisme, een groot bereik én een media die niet kritisch genoeg is om de rem op te zetten, wordt ze gevaarlijk. Ze vergiftigt het debat. Ze versterkt vooroordelen. En ze doet de mensen tekort die het conflict écht begrijpen, en wiens stem zelden gehoord wordt.


De mediaverantwoordelijkheid is hier helder: geef het woord aan wie de kennis heeft, niet aan wie de meeste aandacht trekt.


Beeld credits: Aslihan Altin via Unsplash 

bottom of page