top of page

Subsidieland België - mutualiteiten, transparantie en belastinggeld

Foto van schrijver: Redactie / Editors
Redactie / Editors
18 mei
5 minuten om te lezen

België is een subsidieland geworden waarin mutualiteiten, ngo’s en talloze middenveldorganisaties niet langer aan de rand van de overheid staan, maar er financieel bijna mee vergroeid zijn. Het probleem is niet dat solidariteit geld kost. Het probleem is dat belastinggeld door een woud van structuren stroomt, terwijl transparantie vaak achteraf komt, in tabellen, registers en jaarverslagen die voor de gewone burger nauwelijks te doorgronden zijn. 


De Belgische ziekteverzekering is natuurlijk geen detail in de begroting. Het RIZIV meldde dat de globale begroting voor de verzekering voor geneeskundige verzorging in 2024 ruim 42 miljard euro bedroeg. Daarvan ging meer dan 37 miljard euro naar de begrotingsdoelstelling voor terugbetaling van geneeskundige verstrekkingen. Dat is de grote sociale machine waarop miljoenen mensen terecht rekenen. Maar net daarom mag die machine niet worden behandeld als een heilige koe waar geen kritische vragen over gesteld mogen worden.  


België subsidieland
België subsidieland

Neem de mutualiteiten. Zij voeren publieke taken uit, maar zijn tegelijk organisaties met eigen merken, campagnes, structuren, studiediensten, ledenwerking en politieke geschiedenis. Voor 2024 werden de administratiekosten voor de verzekeringsinstellingen vastgesteld op bijna 1,3 miljard euro voor de vijf landsbonden, plus ruim 22 miljoen euro voor HR Rail. Samen is dat meer dan 1,3 miljard euro voor administratiekosten. Dat cijfer alleen al verdient een publiek debat dat verder gaat dan: “zo werkt het systeem nu eenmaal.”  


Want precies daar wringt het in Subsidieland. Elke euro wordt verdedigd als noodzakelijk, sociaal, historisch gegroeid of technisch onvermijdelijk. Maar wanneer alles noodzakelijk is, wordt niets nog echt afgewogen. Hoeveel loketten, koepels, landsbonden, vzw’s, adviesraden en partnerorganisaties zijn nodig om hetzelfde maatschappelijke doel te bereiken? Hoeveel geld gaat naar zorg, begeleiding en bescherming van burgers, en hoeveel blijft hangen in structuren die vooral zichzelf in stand houden? 


De verdedigers van het systeem hebben een punt: zonder mutualiteiten zou de organisatie van de ziekteverzekering er anders en mogelijk chaotischer uitzien. Ze bereiken burgers, helpen bij dossiers, signaleren problemen en spelen een rol in overleg. Maar een nuttige rol is geen blanco cheque. Wie publiek geld ontvangt, moet publiek kunnen aantonen welke meerwaarde hij levert, tegen welke kost, met welke alternatieven en met welke meetbare resultaten. Mutualiteiten zouden jaarlijks vergeleken moeten worden op de totale kosten die ze maken per verzekerde. 


Hetzelfde geldt voor ngo’s en andere organisaties. Niemand betwist dat verenigingen, armoede-organisaties, zorg-initiatieven, cultuurhuizen en internationale ngo’s maatschappelijke waarde kunnen hebben. Maar waarde is geen vrijbrief voor financiering. In Vlaanderen alleen registreerde het subsidieregister in 2024 meer dan 18,8 miljard euro aan toegekende subsidies. De Vlaamse overheid noemt subsidies zelf een “structureel en aanzienlijk onderdeel” van de uitgavenbegroting. Dat is geen kleingeld. Dat is een parallel financieel ecosysteem. De subsidies komen daarnaast grotendeels terecht bij dezelfde soort activistische organisaties die veelal aan de linkerkant van het politieke spectrum staan. Als deze 18,8 miljard aan subsidies wordt afgeschaft en de organisaties bij hun leden of bezoekers geld ophalen zou dat een stuk eerlijker zijn. Als er geen behoefte is door de burger dan houdt de organisatie op te bestaan. Het in stand houden om het in stand houden kost de samenleving enorm veel geld. Deze subsidies in mindering brengen op de onderste schijf van de inkomstenbelasting zou de koopkracht van bijna alle burgers in ons land een boost geven. 


En ja, Vlaanderen heeft intussen een subsidieregister. Dat is beter dan niets. Het register brengt subsidies sinds 1 januari 2022 in kaart en toont bedragen voor ondernemingen, organisaties, feitelijke verenigingen en lokale besturen. Maar transparantie is meer dan data online zetten. Echte transparantie betekent dat burgers snel kunnen zien waarom een organisatie geld krijgt, welke doelstellingen zijn afgesproken, of die doelstellingen gehaald zijn, en wat er gebeurt als dat niet zo is.  


Vandaag is het vaak anders. De burger betaalt, de overheid verdeelt, de organisatie rapporteert, de administratie controleert, en ergens diep in dat proces moet vertrouwen ontstaan. Maar vertrouwen is geen beleidsinstrument. Vertrouwen moet het resultaat zijn van controle, eenvoud en duidelijke keuzes. Zeker wanneer het over belastinggeld gaat dat via mutualiteiten en middenveldstructuren wordt rondgepompt. 


Daarom is het woord “rondpompen” zo treffend. De overheid int geld, geeft het door aan organisaties, die vervolgens diensten leveren, campagnes voeren, rapporten schrijven, overleg organiseren en opnieuw subsidies aanvragen. Soms is dat efficiënt. Vaak is het gewoon circulatie van geld. En hoe meer lagen ertussen zitten, hoe moeilijker het wordt om te zien waar de euro uiteindelijk landt. 


Wie kritiek heeft op dit model, krijgt snel het verwijt asociaal te zijn. Dat is te gemakkelijk. Kritiek op subsidiepolitiek is geen kritiek op zorg, armoedebestrijding of solidariteit. Integendeel: wie solidariteit ernstig neemt, moet willen dat middelen terechtkomen bij wie ze nodig heeft, niet bij wie het best de subsidieprocedure kent. Een overheid die miljarden uitgeeft, heeft de plicht om elke tussenlaag te verantwoorden. Over elke euro die bij de burger blijft kan de burger zelf beslissen hoe hij deze uitgeeft. En als een kaartje voor een klassiek concert duurder wordt, is dat geen probleem. De dure kaartjes voor Toorrowland worden tenslotte ook niet gesubsidieerd. 


Een volwassen debat over mutualiteiten zou drie vragen moeten stellen. Eén: welke taken moeten zij uitvoeren omdat zij dat aantoonbaar beter doen dan de overheid, private dienstverleners of digitale systemen? Twee: welke kosten zijn onvermijdelijk, en welke zijn historisch gegroeide luxe? Drie: waarom blijft het systeem zo versnipperd in een land dat tegelijk klaagt over begrotingstekorten, personeelstekorten en administratieve overlast? 


Ook ngo’s en middenveldorganisaties verdienen die toets. Niet omdat zij verdacht zijn, maar omdat Subsidieland alleen gezond blijft als subsidies eenmalig of tijdelijk, doelgericht en controleerbaar zijn. Een subsidie mag geen erfpacht op belastinggeld worden. Ze moet een contract zijn: dit probleem, dit doel, deze middelen, deze termijn, deze evaluatie. Wie resultaat boekt, kan verder. Wie vooral zichzelf reproduceert, moet stoppen. Het beste systeem zou zijn om in principe helemaal geen subsidies te geven. Burgers kunnen zichzelf ook goed organiseren zonder financiële hulp van de overheid want uiteindelijk betalen ze het via de belastingen toch zelf. 


De echte hervorming van de mutualiteiten is dus niet een botte kaasschaaf. Dat levert vooral verontwaardiging op en zelden beter beleid. De echte hervorming is radicale transparantie: één publiek overzicht per organisatie, inclusief alle overheidsstromen, bestuurskosten, doelstellingen, evaluaties en overlappingen met andere subsidies. Niet verstopt in pdf’s, maar begrijpelijk voor de belastingbetaler. 


België kan solidair blijven zonder naïef te zijn. Vlaanderen kan verenigingen steunen zonder een subsidieautomaat te worden. En de mutualiteiten kunnen een rol blijven spelen zonder dat hun historische positie elke discussie smoort. Maar dan moet de overheid durven zeggen dat ook goede bedoelingen te duur kunnen worden en organisaties zelf voor hun inkomsten dienen te zorgen.  


In een land met wachtlijsten, hoge lasten en krappe begrotingen is de vraag niet of solidariteit geld mag kosten. Natuurlijk mag dat. De vraag is alleen of en hoeveel belastinggeld we blijven doorsluizen door structuren waarvan de meerwaarde te vaak wordt verondersteld in plaats van bewezen. Zolang die vraag niet centraal staat, blijft België wat het vandaag te veel is: een comfortabel subsidieland voor organisaties, en een duur land voor de burger die de rekening betaalt. 


Beeld credits: Mohamed Hamdi via Unsplash

bottom of page