top of page

Rabbijn Jonathan Sacks - Jodendom, moderniteit en Joodse identiteit

  • Foto van schrijver: Lorenzo Cianti
    Lorenzo Cianti
  • 2 dagen geleden
  • 11 minuten om te lezen

Gisteravond organiseerde het cultureel centrum “Il Pitigliani” in Rome de derde bijeenkomst van de reeks Lechaim – Op het leven!, een reis door de Joodse Identiteit. Centraal stond een van de meest markante figuren van het hedendaagse Jodendom: Rabbijn Jonathan Sacks - denker, rabbijn, moraalfilosoof, Brits publiek intellectueel en onvermoeibaar vertolker van de Torah. Zijn werk vormt een uitzonderlijke brug tussen moderniteit en traditie, tussen het morele geweten van het Westen en de blijvende vitaliteit van het Joodse denken.


Journalist Ruben Della Rocca van Linkiesta.it wilde de culturele invloed van Sacks verdiepen in een gesprek met Riccardo Di Segni, opperrabbijn van de Joodse Gemeenschap van Rome, en Shulim Vogelmann, voorzitter van uitgeverij Giuntina en tien jaar lang curator van het Internationaal Festival van de Joodse Cultuur in Rome.


Rabbijn Jonathan Sacks
Rabbijn Jonathan Sacks

De avond werd ingeleid door Daniel Cohen, voorzitter van “Il Pitigliani”, die het publiek verwelkomde met een boodschap rond het universalisme dat Jonathan Sacks uitdroeg: de westerse beschaving en de Joodse religie delen diepe fundamenten, die spreken tot het geweten van de moderne mens zonder de band met het verleden te verliezen.


Ruben Della Rocca opende met een toelichting op de betekenis van zijn initiatief, waarvan het succes mede te danken is aan de aanwezigheid van vooraanstaande gesprekspartners. Lechaim – Op het leven! ontstond als een onderzoek naar Joodse identiteit en naar de vele dimensies die haar bepalen: historisch, religieus, taalkundig, politiek en moreel. De aanwezigheid van monseigneur Ambrogio Spreafico onderstreepte de roeping tot pluralisme, waarin Sacks een betekenisvolle vertolker was. Rabbijn Jonathan Sacks belichaamde de rabbijn die zocht naar een constructieve dialoog, waarin men elkaar wederzijds respecteert juist door diepe trouw aan de eigen cultuur.


De naam waaronder hij bekendstaat, Lord Rabbi Sacks, bevat zijn dubbele identiteit. Daarin wordt de complexe, en in zekere zin onafgeronde, verhouding zichtbaar tussen de Britse Kroon en het mandaatgebied Palestina. Sacks werd geboren en stierf in Londen. Hij weigerde Groot-Brittannië permanent te verlaten en koos ervoor zijn rabbijnse missie binnen de Britse samenleving te vervullen. Zo maakte hij van de Engelse diaspora een plaats van religieuze, burgerlijke en filosofische uitwerking.


Gedurende zijn hele carrière wijdde hij zich aan universitair onderwijs. Hij was van 1991 tot 2013 opperrabbijn van het Verenigd Koninkrijk en het Gemenebest, van 2009 tot 2020 lid van het House of Lords, en hoogleraar aan Yeshiva University, King’s College London en New York University. Hij ontving een eredoctoraat in de theologie van de aartsbisschop van Canterbury, werd benoemd tot baronet en werd uitgenodigd voor het huwelijk van prins William en Kate Middleton als vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap van het Gemenebest. Ook zijn familie bleef verbonden met het Britse publieke leven: zijn dochter Gila was adviseur van Labour-premier Gordon Brown.


De eerste vraag van de avond raakte onmiddellijk aan zijn persoon: moet Sacks worden beschouwd als een filosoof die aan het rabbinaat werd uitgeleend, of als een rabbijn die aan de filosofie werd uitgeleend? Rabbijn Riccardo Di Segni antwoordde door eraan te herinneren dat Sacks in een van zijn boeken stelt dat hij in de eerste plaats filosoof was en dat hij deze discipline in Oxford en Cambridge verdiepte, meestal bij docenten die ver van religieus gevoel afstonden. Die positie maakte hem, in een beeld dat hij zelf bedacht, tot een “amfibisch wezen”. Sacks gebruikte het beeld van de amfibie om zijn intellectuele toestand te beschrijven: het vermogen zich te bewegen tussen verschillende omgevingen, tussen algemene cultuur en Joodse traditie, tussen filosofische moderniteit en spiritueel leiderschap.


Zijn rol was essentieel in het bemiddelen tussen de meest recente ontwikkelingen van de algemene cultuur en het Jodendom. Hij bezat een erkende centrale positie ver buiten de Britse context, al heeft de Charedische wereld minder naar hem geluisterd dan zij had kunnen doen. Sacks was niet de rabbijn bij uitstek voor die wereld; eerder was hij een Joodse referentiefiguur voor de Britse identiteit en voor allen die zochten naar een Joodse stem die met de westerse samenleving in gesprek kon gaan.


Rabbi Di Segni verwees naar Rabbijn Adin Steinsaltz, die in De gouden kandelaar schrijft dat het Joodse volk buiten Eretz Yisrael lijkt op een vis op het droge. Vissen sterven wanneer zij het water verlaten; op dezelfde manier kunnen Joden de Torah niet verlaten zonder hun levenskracht te verliezen. Deze parallel keert vaak terug in de intellectuele vorming van Sacks. Het Jodendom kan de wereld doorkruisen, spreken tot universiteiten, instellingen en andere religieuze tradities, maar het blijft zichzelf alleen wanneer het ondergedompeld blijft in de Torah.


De bronnen van Sacks zijn traditioneel en hij beweegt zich er met zekerheid doorheen. Hij kent de midrasjische en exegetische traditie, het denken van Maimonides, de grote Midden-Europese uitwerkingen van het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, de orthodoxe reacties op de moderniteit, en hij verdedigt de voorrang van de Halacha. Hij bezit een solide intellectuele basis en tegelijk een zeldzame kwaliteit: hij denkt met zijn eigen hoofd. Hij ontvangt de traditie, bestudeert haar, ondervraagt haar en vertaalt haar naar een denken dat zich tot het heden richt.


Shulim Vogelmann introduceerde Niet in Gods naam, het eerste boek van Sacks dat in het Italiaans door Giuntina werd uitgegeven. Het thema is de verhouding tussen religie en geweld. Volgens Sacks hebben religies op zichzelf niets met geweld te maken; zij kunnen echter ontaarden in fundamentalisme wanneer zij de Schrift star en agressief interpreteren. Genesis, gedeeld door de abrahamitische religies, wordt zo een bevoorrechte tekst om broedermoord, conflicten en moeilijke relaties tussen religieuze culturen te begrijpen.


Vogelmann benadrukte twee centrale aspecten. Het eerste betreft de morele stijging die in de Bijbelse verhalen wordt verteld. Kaïn doodt Abel. Jakob en Esau beleven het trauma van de gestolen zegen, gevolgd door verzoening. Jozef en Juda introduceren een hoger niveau van bewustzijn, omdat Juda zijn fout erkent en berouw toont. Mozes en Aäron laten een deugdzaam voorbeeld zien van samenwerking en samenleven. De Torah toont een morele weg waarin broederschap, aanvankelijk gebroken door moord, langzaam wordt opgevoed tot verantwoordelijkheid.


Het tweede aspect betreft de aard van de Torah zelf. Zij is een levende, kloppende tekst, die antwoord geeft afhankelijk van het interpretatieve criterium waarmee zij wordt gelezen. Wie haar met geweld benadert, zal geweld voortbrengen. Wie haar met morele diepte leest, ontdekt een weg van verantwoordelijkheid. Bij Sacks komt het idee naar voren van een gedeelde heilsgeschiedenis van de verschillende religies, zonder dat die verdampt in syncretisme en zonder dat identiteiten worden uitgewist.


De keuze om Verbond en gesprek te publiceren komt op een moment van dramatische breuk in de geschiedenis van Am Yisrael: een trauma dat in symbolische intensiteit vergelijkbaar is met de dreiging van het hellenisme of de vernietiging van de Tempel. De reactie op moeilijke momenten moet afgewogen zijn. Sacks biedt een bron van innerlijke kracht en ideeën die angst verdrijven. Joden, getekend door vervolging, hebben vaak getwijfeld aan hun eigen waarden en zijn kwetsbaar geworden. Het werk van Sacks beantwoordt die kwetsbaarheid door opbouwende en positieve Joodse waarden opnieuw aan het licht te brengen, waarden die de weg van een gemeenschap onder druk ondersteunen.


In die context past ook het project van de vertaling van de Babylonische Talmoed, dat de overdracht van kennis opnieuw een beslissende functie geeft. De studie van het woord, interpretatie en verantwoordelijkheid worden zo instrumenten van moreel verzet.


Vogelmann citeerde Arik Glasner en het opschrift van een bekende pub in Tel Aviv, gelegen aan de Ahad Ha’amstraat, getiteld Gedeeltelijke troost. De verwijzing gaat terug naar een artikel uit 1895, gericht tot Joden die geconfronteerd werden met de bloedsprookje-beschuldiging. Wanneer de hele wereld iets beweert en één volk zich daartegen verzet, kan twijfel binnendringen in de neshamah, de ziel. Dat betekent dat, wanneer twijfel de ziel binnendringt, identiteitsvragen opkomen. Ook zo werkt antisemitisme: het duwt de Jood ertoe zich af te vragen of zijn eigen waarheid stand kan houden tegenover de compacte druk van de buitenwereld.


Rabbijn Di Segni vertelde een anekdote over de interpretatie van het boek Bereshit. In 2006, tijdens de voorbereiding van het bezoek van Benedictus XVI aan de synagoge, rees de vraag welk thema moest worden aangesneden. Rabbijn Sacks, telefonisch geraadpleegd, stelde voor het verhaal van de broers te presenteren. Benedictus XVI zat in de tevah en nam, terwijl hij die toespraak beluisterde, de boodschap in zich op en maakte haar tot de zijne. Het verhaal van de broers werd een brug tussen Jodendom en christendom, tussen de herinnering aan de wond en de mogelijkheid van erkenning.


De dialectische verhouding tussen Sacks en de christelijke wereld bleek ook uit een episode op de Britse ambassade bij de Heilige Stoel, aan het Piazza del Quirinale. Vanaf de toren van het gebouw ziet men heel Rome, met de koepels van de kerken die het silhouet van de Eeuwige Stad tekenen. Sacks keek ernaar en riep uit: “It is a religious city.” Rome verscheen hem als een religieuze stad in haar zichtbare structuur. Wie in God gelooft, merkte Sacks op, plaatst zich op een hoger vlak, omdat hij een maat erkent die de immanentie overstijgt en reikt tot de hemelse dimensie.


Sacks overleed in 2020. Een onvermijdelijke vraag is hoe hij zich zou hebben verhouden tot 7 oktober. Rabbijn Di Segni herinnerde eraan dat Sacks het thema van het hedendaagse antisemitisme al had voorzien. Antisemitisme is een beest dat voortdurend van gedaante verandert en zich telkens op nieuwe manieren presenteert: eerst religieus anti-judaïsme, daarna raciaal en eugenetisch anti-joods denken, vandaag antizionisme in al zijn vertakkingen. In zijn toespraak voor het Europees Parlement in 2016 stelde Sacks dat het antisemitisme van vandaag in grote mate samenvalt met antizionisme: met het idee dat Joden niet collectief in hun voorouderlijke land zouden mogen leven.


Daarop volgde een pijnlijker vraag: zou Sacks vandaag bepaalde Joodse, of beter gezegd weinig Joodse, gedragingen in Israël hebben bekritiseerd? Aan de ene kant is er het bewustzijn aangevallen te worden door meedogenloze vijanden; aan de andere kant het lijden om binnen Eretz Yisrael gedragingen te zien die lijken af te wijken van de morele maat van het Jodendom. Tijdens de avond werd het voorbeeld aangehaald van de wet op de doodstraf die door Itamar Ben-Gvir werd voorgesteld. In het Israëlische parlement sprak een religieuze minister een zegen uit over de doodstraf: een gebaar dat als godslasterlijk werd omschreven, omdat het religieuze taal buigt naar een logica die vreemd is aan de Joodse gevoeligheid.


Rabbijn Di Segni herinnerde ook aan de Malbim, de Roemeense commentator die door Joodse assimilationisten werd aangeklaagd omdat hij te streng werd gevonden. Zij stuurden varkens en krabben naar zijn huis en veranderden legitiem meningsverschil in belediging.


De voorwaarde voor kritiek is liefde. Als kritiek uit zorg voortkomt, kan zij binnen een gemeenschap bestaan. Met de vinger wijzen wordt daarentegen kwaadsprekerij en veroorzaakt ongemak. Joodse kritiek kan niet worden gereduceerd tot het publiekelijk tentoonstellen van de ander, omdat het woord altijd moreel gewicht draagt.


Ruben Della Rocca introduceerde vervolgens het thema van het gezin. Tijdens Shabbat wordt het gezin een uitverkoren nest, dat conflicten heelt en breuken herstelt. Sacks analyseerde het gezin ook aan de hand van statistische gegevens. Door demografische gegevens te bestuderen stelde hij vast dat het traditionele gezin aan het oplossen was. Het aantal kinderen dat opgroeit in eenoudergezinnen of zonder stabiele gezinssituatie was sterk toegenomen. Die sociologische ontwikkeling maakte diepe indruk op hem.


Het traditionele Joodse model zou een tegenwicht moeten vormen tegen het nihilisme. Maar ook in de Joodse wereld neemt het aantal echtscheidingen, die al door de rabbijnse wet worden erkend, aanzienlijk toe. Het gezin blijft een pijler van de samenleving, ondanks de beperkingen en fouten die elke opvoedingsvorm kan kennen. Winston Churchill stelde dat democratie te verkiezen is boven dictatuur; op vergelijkbare wijze vormt het gezin een verdedigingsmodel tegen totalitarisme. Shabbat voegt aan de gezinsdimensie spirituele diepte toe: het is heilige tijd, die orde, overdracht van waarden en verzoening ondersteunt.


De vraag naar alternatieven opent veel complexe scenario’s. Er werd verwezen naar een boek, 2126, opgezet als een meerstemmige reflectie op de Joodse wereld over honderd jaar. De samenleving verandert door technologische vooruitgang en kunstmatige intelligentie. Een van de sterkst getroffen domeinen is de voortplanting. Vrouwen krijgen doorgaans minder kinderen en krijgen ze later. Draagmoederschap introduceert een paradigma wisseling in de publieke opinie en zou een scheiding kunnen veroorzaken tussen slavinnen van hedonistische seksualiteit en slavinnen van reproductieve seksualiteit. Het zijn gevaarlijke scenario’s waarin bio-ethiek antropologische implicaties krijgt.


Rabbijnse discussies over de identiteit van het ongeboren kind zijn al gaande: komt die voort uit de eicel of uit de baarmoeder? Een kleine groep experts bespreekt de geoorloofdheid van de zogenoemde “zwangerschap voor anderen”. De orthodoxe samenleving kijkt waakzaam naar deze verschijnselen, verdeeld tussen afwijzing en aanpassing. Sacks zet aan tot existentiële reflectie omdat hij dwingt de moderniteit te meten zonder de fundamentele vraag te verliezen: wat maakt het leven menselijk?


Vogelmann noemde Sacks’ betoog over de verantwoordelijkheid van de mens als vrij handelend wezen. Het werk van Sacks kan worden gelezen als een lange narratieve demonstratie van de vrijheid om te kiezen. In het vers van Kaïn en Abel ligt de zonde aan de deur. Vóór de moord bestaat er een keuze: Kaïn had zijn impuls kunnen beheersen. Noach, vergeleken met Abraham, wordt ook beoordeeld in relatie tot de beslissing om Sodom wel of niet te redden. Abraham discussieert, bemiddelt, stelt zich bloot. Noach gehoorzaamt en wordt gered, maar blijft opgesloten in zijn eigen lot.


Sacks nodigt uit om met het verleden te leven om zich constructief te ontwikkelen in de tijd die voortschrijdt. In het verleden leven betekent ontwikkeling blokkeren; met het verleden leven betekent herinnering meenemen in de verantwoordelijkheid van het heden. Een chassidisch verhaal herinnert eraan dat, wanneer een vrouw zwanger wordt, veel van het lot van het kind wordt vastgesteld. Eén ding wordt echter nooit bepaald: of het goed of slecht zal zijn. De mens kan altijd kiezen. Deuteronomium vertrouwt deze vrijheid toe aan het morele geweten.


Het idee is individueel, maar staat binnen een collectieve band: alle Joden zijn met elkaar verbonden. Ruben Della Rocca keerde terug naar het thema van de erkenning van de ander, via het geschil tussen Sara en Hagar, het verhaal van Ismaël en de confrontatie tussen Jakob en Esau. Joden moeten leren de ander te erkennen. Maar worden zij zelf als zodanig erkend?

Rabbijn Di Segni maakte onderscheid tussen verschillende scenario’s. Er zijn mensen die het Jodendom oprecht bewonderen. Er zijn mensen die onverschillig zijn en de Joodse gave niet weten te ontvangen. En er zijn mensen die die gave omkeren en haar als verderfelijk beschouwen. Het voorbeeld van Albert Sabin werd gebruikt om een andere mogelijkheid te tonen. Sabin droeg bij aan het uitbannen van het angstaanjagende spook van polio, dat paniek zaaide in Europa. Volgens de anekdote die tijdens de avond werd aangehaald, was hij blind aan één oog doordat antisemitische jongens een steen naar hem hadden gegooid. Toch wilde hij geen winst maken op zijn ontdekking en keerde hij haat om in liefde.


De grootheid van de mens ligt in onderscheidingsvermogen. Vogelmann voegde eraan toe dat wie afstand doet van zijn eigen wereldbeeld, bij voorbaat al verloren heeft. Het wordt zinloos om op elke lasterlijke beschuldiging te reageren. Het Jodendom bezit in Leviticus een bijzondere morele eigenschap: liefde voor de naaste en voor de vreemdeling. De uittocht uit Egypte symboliseert herwonnen vrijheid. In To Heal a Fractured World citeert Sacks het vers waarin de Eeuwige de Joden bij de uittocht uit Egypte opdraagt hun Egyptische buren om goud en zilver te vragen. Die middelen zouden later worden gebruikt voor de bouw van het gouden kalf.


Della Rocca stelde een beslissende vraag: als wij er niet in slagen de haat uit te roeien, lopen wij dan het risico vreemdelingen te worden in ons eigen land? Het Jodendom heeft lange tijd de theorie van de vervolgde minderheid moeten herwerken. In het collectieve geheugen werden Joden dragers van een precies beeld, getekend door kwetsbaarheid, overleving en afhankelijkheid van externe machten. De Joodse staatsvorming heeft behoeften aan het licht gebracht die vroeger werden genegeerd, en veranderde daarmee de perceptie van vrijheid zelf.


Morele leringen mogen niet worden vergeten, maar de huidige werkelijkheid moet worden gemeten door te begrijpen wat er vandaag gebeurt. De verstatelijking van het Joodse volk brengt de noodzaak met zich mee keuzes te maken die de diaspora zich kon veroorloven te vermijden. De staat legt nieuwe verantwoordelijkheden op: verdediging, macht, besluitvorming, veiligheid, conflict en het gebruik van geweld.


Vogelmann gebruikte de formule: “Dienaren van koningen, niet dienaren van dienaren.” Waarom hebben Joden de Shoah niet begrepen? Een deel van de Joodse geschiedenis heeft de directe weg naar de koning, via tussenpersonen, bevoordeeld als garantie voor overleving. Die keuze heeft gemeenschappen generaties lang beschermd, maar ging ten koste van de horizontale dimensie van politiek. De erfenis is dubbelzinnig en gevaarlijk, omdat zij de vorm van vazalliteit kan aannemen.


Tot slot herinnerde Rabbijn Di Segni aan een kritische brief van Sacks. Toen Sacks naar Rome kwam en de paus ontmoette, antwoordde Di Segni hem met groot respect over zijn visie op de Joods-christelijke dialoog, omdat het Romeinse pausdom verschilt van de Engelse katholieke kerk. Ook dialoog vereist historische precisie, die zich vertaalt in kennis van instellingen. Goede wil alleen is niet genoeg.


De avond eindigde met een schitterende zin van Sacks over de verhouding tussen esthetiek en Jodendom: “De Griekse beschaving zocht de heiligheid van schoonheid; het Jodendom zoekt de schoonheid van heiligheid.”

 

Lorenzo Cianti studeert politicologie en internationale betrekkingen aan de Roma Tre University. Hij schrijft voor het oudste opinieblad van Italië, L’Opinione delle Libertà, evenals voor het online magazine Atlantico Quotidiano en voor het Mises Institute. Zijn werk richt zich op economische, filosofische, culturele en politieke thema’s.

 

 

bottom of page