top of page

Hamas, 7 oktober en Israëlische slachtoffers: hoe Belgische media het verhaal omdraaiden

Foto van schrijver: Redactie / Editors
Redactie / Editors
13 mei
6 minuten om te lezen

De aanval van Hamas op 7 oktober 2023 was geen gewone escalatie en geen tragisch incident in een eindeloos conflict. Het was een georganiseerde terreuraanval op burgers: op families, jongeren, ouderen, vrouwen en kinderen. Toch hebben Belgische media de afgelopen jaren het morele zwaartepunt van hun berichtgeving vanaf het begin verschoven. Niet Hamas, niet 7 oktober, niet de gijzelaars en niet de Israëlische slachtoffers bleven centraal staan, maar bijna uitsluitend Israël als vermeende agressor. Dat is geen evenwichtige journalistiek. Dat is een gevaarlijke omkering van de werkelijkheid.


Het rapport van Israëlische deskundigen onder leiding van dr. Cochav Elkayam-Levy maakt die journalistieke tekortkoming nog schrijnender. De Civil Commission on October 7 Crimes by Hamas against Women and Children beschrijft in haar rapporten hoe extreem seksueel geweld, vernedering,  opzettelijke verminking en afslachten van onschuldige burgers, en het doelbewust aanvallen van families een strategisch onderdeel waren van de terreur van Hamas op 7 oktober. Volgens berichtgeving over het recente rapport baseerde de commissie zich op honderden getuigenissen en omvangrijke analyse van beeldmateriaal. AP meldt dat het rapport stelt dat seksueel geweld systematisch en integraal onderdeel was van de aanval en de nasleep daarvan.


Free Palestine from Hamas
Free Palestine from Hamas

Juist zo’n rapport had in Belgische media breed besproken moeten worden. Niet een keer vluchtig, niet ergens diep verstopt in een blog, niet als ongemakkelijke bijzaak, maar als hoofdonderwerp. Toch blijft dit rapport in de Belgische berichtgeving grotendeels onbesproken of marginaal aanwezig. Dat is veelzeggend. Wanneer er rapporten of zelfs maar niet geverifieerde berichten verschijnen over Palestijns leed, volgen vaak dagenlange analyses, opiniestukken en studiogesprekken en een eindeloze herhaling van steeds hetzelfde bericht met een andere tekst. Omtrent die berichtgeving in de mainstream media in België zie het JID rapport over van 12 augustus 2025.

Wanneer Israëlische deskundigen onder leiding van Elkayam-Levy spreken over verkrachtingen, seksueel geweld en de vernietiging van families door Hamas, blijft het in de media opvallend stil.


Dat zwijgen is niet neutraal. Stilte is ook een redactionele keuze. En in dit geval is die keuze pijnlijk, omdat zij opnieuw laat zien hoe weinig ruimte er in Belgische media is voor de volle waarheid over Israëlische slachtoffers. De slachtoffers van 7 oktober lijken alleen nog te bestaan als historische aanleiding voor de oorlog in Gaza. Hun namen, hun verhalen, hun laatste momenten, hun gegijzelde familieleden en hun trauma’s verdwijnen steeds verder uit beeld. De afgelopen jaren werd eigenlijk alleen maar marginaal bericht over de Israëlische slachtoffers als er een gijzelaar vrijgelaten werd. Over de afslachting en gegijzelden, de eindeloze raket aanvallen op Israël met onschuldige burgerslachtoffers, de geëvacueerden uit het noorden en gebied naast Gaza, over de natuurrampen door bosbranden veroorzaakt door aanvallen werd nauwelijks gerapporteerd.


Natuurlijk mag journalistiek kritisch zijn over Israëlische politiek en militaire keuzes. Geen enkele regering staat boven onderzoek. Maar kritiek op Israël mag nooit betekenen dat de terreur van Hamas wordt afgezwakt en berichtgeving van Hamas of van overheidsmedium Al Jazeera uit terreursponsor staat Qatar voor waarheid wordt aangenomen, terwijl tegelijkertijd alle berichten uit Israël telkens weer als niet geverifieerd of als zijnde propaganda worden weggezet. Wie het verhaal begint bij Israëlische bombardementen en niet bij 7 oktober, vertelt het publiek een halve waarheid. En halve waarheden zijn in oorlogstijd bijzonder gevaarlijk.


Want de oorlog begon niet uit het niets. De oorlog begon met Hamas. Met moordcommando’s. Met burgers die in hun huizen werden afgeslacht. Met jongeren die op een muziekfestival werden verkracht, verminkt en vermoord. Met families die werden uitgemoord. Met mensen die al dan niet gewond naar Gaza werden gesleept en daar honderden dagen werden vastgehouden, geen medische verzorging kregen, geen hulp of bezoek kregen van het Rode Kruis. Organisaties als Artsen zonder Grenzen, War Child, Vrouwenorganisaties en de VN zijn collectief doodstil over zijn geweest de afgelopen jaren. Volgens het rapport “Kinocide: The Weaponization of Families” van de Civil Commission vielen Hamas en zijn collaborateurs op 7 oktober de Israëlische burgerbevolking aan, waarbij meer dan 1.200 mensen werden gedood en meer dan 250 mensen naar Gaza werden ontvoerd.


Daar hoort ook een ongemakkelijke waarheid bij die Belgische media te vaak vermijden: niet alleen Hamas, maar ook de Gazanen die deelnamen aan de aanval, gijzelaars bewaakten, informatie achterhielden of profiteerden van hun gevangenschap dragen verantwoordelijkheid. Dat betekent niet dat iedere Gazaanse burger collectief schuldig is. Maar het is evenmin eerlijk om te doen alsof de gijzelaars uitsluitend door een abstracte terreurorganisatie werden vastgehouden, los van een omgeving waarin mensen hen zagen, bewaakten, verborgen hielden of niet hielpen. In heel Gaza is niet één gijzelaar geholpen door een Gazaan. Het was zelfs zo erg dat bij de vrijlating bijeenkomsten hele hordes opgejutte Gazanen de gijzelaars belaagden. Gijzelaars die zich uiteindelijk veiliger voelden naast de Hamas terroristen dan naast de “onschuldige” Gazaanse burgers.


Gijzelaars werden niet in een vacuüm vastgehouden. Zij werden in huizen, tunnels, ziekenhuizen in Gaza vastgehouden. Zij hadden geholpen kunnen worden. Er hadden mensen kunnen opstaan. Er hadden mensen informatie kunnen doorspelen. Er hadden mensen kunnen weigeren mee te werken. Maar veel gijzelaars bleven maanden, en in sommige gevallen jarenlang, gevangenen van Hamas en zijn netwerk. Dat feit verdient heel veel meer aandacht dan het in Belgische media krijgt.


Toch is het dominante frame anders geworden. Gaza werd het hele verhaal. 7 oktober werd gereduceerd tot context. Hamas verdween achter woorden als “conflict”, “geweldsspiraal” en “oorlog”. En Israëlische slachtoffers werden steeds vaker behandeld als een voetnoot bij Israëlische schuld. Daarmee wordt de morele chronologie omgedraaid: eerst waren er de moorden, verkrachtingen, ontvoeringen en gijzelaars; pas daarna kwam de Israëlische militaire reactie.


Die volgorde doet ertoe. Wie haar vervaagt, verandert het publieke oordeel, het narratief. Dan wordt Israël niet langer gezien als een democratisch vrij land dat reageerde op een massale terreuraanval, maar als de oorspronkelijke dader, een bezettingsmacht en apartheidsstaat. Dan wordt Hamas niet langer gezien als de organisatie die bewust burgers aanviel, maar als een bijrol speler in een groter anti-Israëlisch narratief. Dan worden Israëlische slachtoffers niet langer mensen met namen en gezichten, maar een ongemakkelijke herinnering die het verhaal compliceert.


Dat is precies waar journalistiek zich tegen zou moeten verzetten. Belgische media zouden hun publiek moeten helpen om complexiteit te begrijpen, niet om morele eenvoud te consumeren. Zij zouden moeten blijven herhalen wat Hamas op 7 oktober deed. Zij zouden de gijzelaars centraal moeten houden. Zij zouden het rapport van Elkayam-Levy moeten bespreken, bevragen en duiden. Dit omdat de ernst van de beschuldigingen om journalistieke aandacht schreeuwt.


Het is bovendien opvallend hoe verschillend scepsis wordt toegepast. Wanneer het gaat om beschuldigingen tegen Israël, is de toon vaak stellig en moreel geladen. Wanneer het gaat om verkrachtingen, seksueel geweld en marteling door Hamas, klinkt plots voorzichtigheid, afstand en twijfel. Natuurlijk moeten oorlogsfeiten onderzocht worden. Maar kritisch onderzoek is iets anders dan wegkijken. En selectieve scepsis is geen journalistiek, maar ideologie. Bij geen enkele oorlog door een westers land is er zulk morele verontwaardiging. De westerse wereld heeft in Libië, Syrië, Irak en Afghanistan vele aanvallen uitgevoerd met honderdduizenden burger slachtoffers en daar werd nauwelijks over bericht. Over de genocide in Sudan waar een echte genocide plaatsvindt en Islamisten de zwarte bevolking uitroeien op dit moment wordt nauwelijks bericht. Over China waar Oeigoeren in concentratiekampen zijn opgesloten en het regime Oeigoeren steriliseert om ze uit te roeien, wordt niet dagelijks tientallen keren bericht in de media.


De onschuldige slachtoffers in Gaza hoeven niet uit beeld te verdwijnen om recht te doen aan Israëlische slachtoffers. Maar in de praktijk is dat wel wat er is gebeurd. De Belgische berichtgeving heeft het publiek inmiddels jarenlang een verhaal voorgeschoteld waarin Gaza voortdurend zichtbaar was en Israëlische rouw steeds verder vervaagde. Daardoor kon een vals beeld ontstaan: Israël als agressor, Hamas als achtergrond, 7 oktober als detail.


Een volwassen journalistiek moet beter kunnen. Zij moet kunnen zeggen: Hamas pleegde op 7 oktober een barbaarse terreuraanval. Zij moet kunnen zeggen: Israëlische slachtoffers verdienen blijvende erkenning. Zij moet kunnen zeggen: gijzelaars werden in Gaza vastgehouden en mishandeld, en wie hen vasthield of niet hielp terwijl hij dat kon, draagt verantwoordelijkheid. En zij moet kunnen zeggen: een rapport over verkrachtingen, seksueel geweld en de vernietiging van families mag niet grotendeels onbesproken blijven omdat het niet past in het dominante narratief.


Dat is het werkelijke falen van Belgische media. Niet dat zij kritisch zijn over Israël. Kritiek hoort bij journalistiek. Het falen is dat zij Hamas, 7 oktober en Israëlische slachtoffers te vaak uit het centrum van het verhaal hebben laten verdwijnen. Wie de waarheid wil vertellen, moet terug naar het begin. Naar de terreur. Naar de gijzelaars. Naar de verkrachtingen. Naar de afgeslachte families. Naar de Israëlische slachtoffers.


Zonder dat begin is elke analyse van wat daarna kwam onvolledig en feitelijk onjuist. En onvolledige journalistiek is geen journalistiek evenwicht, maar een morele keuze.


De collectieve Belgische media heeft zich in activistische berichtgeving geworpen.

Het wordt dringend tijd dit onder ogen te zien en dat de media verantwoordelijkheid opneemt voor de framing van de realiteit. De berichtgeving als neutrale objectiviteit dient weer terug te keren in de media, te beginnen bij de Openbare Omroep die door ons belastinggeld gefinancierd wordt als een onafhankelijke neutrale organisatie.


Beeld credits: Peter Steiner via Unsplash

bottom of page