top of page

Meten met twee maten – Waarom Joden en Arabieren anders benaderd worden in het Midden-Oosten

Foto van schrijver: Redactie / Editors
Redactie / Editors
19 apr
5 minuten om te lezen

Sinds het ontstaan van de staat Israël in 1948, vlak na de tweede wereld oorlog, en het begin van de dekolonisatie door Europese landen, zijn er wereldwijd een groot aantal nieuwe landen bijgekomen, met als gevolg een grote wereldwijde volksverhuizing. Denk aan Pakistan (moslim) en India (hindoe en een enorme moslimminderheid van inmiddels 200 miljoen mensen) die in 1947 onafhankelijk werden van het Britse rijk. De vergelijking met Israël en de Arabische buurlanden gaat bijna gelijk op met die tussen India en Pakistan.

 

Wat opvalt is dat in Pakistan geen hindoes meer wonen en in India nog altijd een groot aantal moslims (ongeveer 14% van de bevolking). Als we dit vergelijken met Israël als Joodse staat, waar 20% Arabisch is (moslim en christen), en de omringende Arabische landen waar zo goed als alle Joden verdreven zijn en het aandeel christenen in de bevolking jaar op jaar sterk afneemt, zien we de overeenkomst tussen democratieën en religieuze dictaturen. We zien hierdoor ook het meten met twee maten, Joden en Arabieren worden anders benaderd in het Midden-Oosten


Midden-Oosten
Midden-Oosten

In beide gevallen zien we ook al decennialang hetzelfde probleem. Moslims die zich niet geaccepteerd voelen in een democratische samenleving waar ze niet de baas zijn en moslimlanden waarin andere bevolkingsgroepen verjaagd en uitgeroeid worden.

 

De situatie in het Midden-Oosten is nog extremer dan die tussen India en Pakistan.

De Israëlische politica Einat Wilf https://en.wikipedia.org/wiki/Einat_Wilf  vatte dit goed samen in een toespraak in Amsterdam in 2025 bij de viering van 50 jaar CIDI. Wilf is een sociaaldemocratische politica die begrepen heeft dat een tweestatenoplossing niet werkt want de Palestijnse Arabieren dulden geen Joodse staat naast zich.

Israël kan niet gezien worden als een westers koloniaal project, zoals linkse westerlingen en Islamisten tegenwoordig het land neerzetten. Israël is juist een van de meest succesvolle voorbeelden van dekolonisatie. Het gebied met een gemengde bevolking werd, net als de landen erom heen, honderden jaren bezet door andere mogendheden: achtereenvolgens door de Romeinen, de Ottomanen en uiteindelijk de Fransen en Britten die er geen officiële koloniën van maakten, maar protectoraten. Na het vertrek van de Fransen uit Libanon en Syrie en de Britten uit Transjordanië werden er nieuwe landen gesticht.


Er wonen al sinds 3000 jaar Joden in het gebied dat nu Israël, Gaza en de Westbank heet. Jeruzalem is daarnaast altijd een Joodse stad geweest met uitzondering van de periode 1948-1967 toen Jordanië alle Joden verdreef uit Oost-Jeruzalem, inclusief de oude stad.

 

Toen, na beëindiging van het Britse mandaat over het gebied in 1948, nieuwe staten werden gevormd, riep David Ben-Gurion de staat Israël uit. Kort daarna werd de jonge Joodse staat aangevallen door de omringende Arabische landen. Als gevolg van de oorlog in 1948 zijn daarnaast circa 700.000 Arabische inwoners van het toenmalige Israël gevlucht, mede op oproep van Arabische leiders die de strijd voerden.

 

Wat in het Westen minder bekend is, is dat sinds de oprichting van Israël vrijwel alle Joden die in de Arabische landen woonden, daaruit verdreven zijn. Het ging om ongeveer 800.000 mensen. Deze Joden zijn, met verlies van hun volledige bezit, grotendeels naar Israël gevlucht.

 

Per land gaat het om de volgend aantallen: Marokko: 250.000+ Algerije: 140.000+ Tunesië: 100.000+ Lybië: 35.000+ Irak: 120.000+ Yemen: 50.000+ Egypte: 70.000+ Syrië: 25.000+ Libanon: 5000+ Iran: 80.000+ (vooral na val Shah na 1979) Turkije: 70.000+ (geleidelijk sinds onafhankelijkheid Israël) Afghanistan: 5000+

Dat Israël een Europees koloniaal idee is en de Europese overlevenden van de Holocaust als goedmakertje Israël cadeau kregen klopt dus niet. Er zijn inderdaad heel veel Europese Joden na de Tweede Wereldoorlog naar Israël gegaan, maar een zeer groot deel van de Israëlische bevolking bestaat uit Joden die uit de Arabische landen werden verdreven.

 

Door het schuldgevoel na de Tweede Wereldoorlog hebben Europese landen Israël lange tijd gesteund.  In latere decennia is die steun in veel landen afgenomen, mede onder invloed van de veranderende demografie door massamigratie uit voornamelijk moslimlanden. Volgens dezelfde “kolonisator”-redenering waarmee linkse westerlingen en islamisten Israël graag typeren, zou men kunnen stellen dat ook Europa door grootschalige migratie uit moslimlanden sinds de jaren zestig wordt “gekoloniseerd”. Dit wordt echter in het publieke debat zelden of nooit benoemd.

 

De Joodse vluchtelingen die sinds 1948 naar Israël trokken hebben nooit enige hulp gekregen van het Rode Kruis of de VN. Zij werden opgenomen en geïntegreerd in hun nieuwe thuisland.


Voor de Arabische vluchtelingen die Israël verlieten, richtten de Verenigde Naties daarentegen een aparte organisatie op: UNRWA. In tegenstelling tot andere vluchtelingengroepen wereldwijd, die onder een algemeen VN-kader vallen en waarvan de vluchtelingenstatus niet automatisch aan nakomelingen wordt doorgegeven, kent UNRWA een eigen systeem. Daarbij wordt de vluchtelingenstatus ook toegekend aan nakomelingen van de oorspronkelijke vluchtelingen, waardoor deze status generaties lang kan blijven voortbestaan, met bijbehorende internationale ondersteuning.

 

Zo hebben de kinderen van de Nederlandse oud-minister Sigrid Kaag via hun Palestijnse vader een vluchtelingenstatus; volgens de huidige regels kan deze status ook op volgende generaties worden doorgegeven. Dit is een voorbeeld van hoe dit systeem in de praktijk werkt.

 

Het oorspronkelijke aantal van circa 700.000 Arabische vluchtelingen uit 1948 is in de loop der decennia uitgegroeid tot meer dan vijf miljoen. Dat komt onder meer doordat de vluchtelingenstatus binnen het UNWRA-systeem erfelijk is geworden en daarnaast worden ook personen die in gebieden wonen die als Palestijns worden beschouwd, zoals Gaza en de Westelijke Jordaanoever, nog steeds als vluchteling geregistreerd, waardoor zij eigenlijk leven in hun eigen gebied, en toch formeel als “vluchteling” gelden.

 

Zoals eerder beschreven vielen de Arabische landen in 1948 Israël aan met de intentie de Joodse staat te vernietigen. In dat kader werd een deel van de Arabische bevolking opgeroepen tijdelijk te vertrekken. De oorlog liep echter anders: Israël wist stand te houden en de Palestijnen duiden deze gebeurtenissen aan als de “Nakba” (catastrofe).

In de nasleep van latere gewapende aanvallen door Arabische buurlanden kwam Israël in het bezit van gebieden als de Sinaï en Gaza (Egypte), de Westelijke Jordaanoever (Jordanië) en de Golanhoogten (Syrië). Deze gebieden werden vooral ingenomen vanuit veiligheidsoverwegingen, als strategische bufferzones, en niet primair met het oog op territoriale uitbreiding.

 

Na de vrede met Egypte werd de Sinaï teruggegeven onder voorwaarde dat het gedemilitariseerd zou worden. Egypte wilde de Gazastrook niet terug. In 2005 trok Israël zich onder leiding van premier Sharon eenzijdig terug uit Gaza en werden alle Joodse inwoners gedwongen het gebied te verlaten. Vanaf dat moment was Gaza voor het eerst in 3000 jaar “Judenrein”.

 

In het zogenoemde gebied “Westbank”, de Westelijke Jordaanoever, hebben ook historisch Joodse gemeenschappen gewoond. Hebron is daar een bekend voorbeeld van, met een lange Joodse aanwezigheid die duizenden jaren teruggaat. Tegenwoordig is het Israëlische leger (IDF) er onder meer aanwezig om de veiligheid van Israëlische bewoners te waarborgen.

De Westelijke Jordaanoever, die Israël in 1967 op Jordanië veroverde tijdens de Zesdaagse Oorlog, staat historisch bekend als Judea en Samaria en heeft daarin een belangrijke Joodse historische en religieuze betekenis.

 

In Israël wonen momenteel bijna twee miljoen Arabieren - christenen, druzen en moslims - die in vrijheid en welvaart leven binnen een democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd zijn Gaza en de Westelijke Jordaanoever feitelijk “Judenrein”: voor Joden is vestiging daar uitgesloten. Op de Westelijke Jordaanoever mogen Joden zich uitsluitend vestigen in de aangewezen gebieden onder Israëlisch bestuur (Area C volgens de Oslo-akkoorden), waar het om minder dan een half miljoen mensen gaat.


Hoe verhoudt de beschuldiging dat Israël een apartheidsstaat zou zijn zich tot de realiteit dat Joodse aanwezigheid in Palestijns bestuurde gebieden onmogelijk is, terwijl binnen Israël zelf miljoenen Arabische burgers volledige burgerrechten genieten?


Ook demografische ontwikkelingen spreken boekdelen. In vrijwel de hele Arabische wereld, inclusief de Palestijnse gebieden, neemt het aantal christenen scherp af. Israël vormt de uitzondering: daar groeit de christelijke bevolking. Dat wringt met het beeld van een vermeende “apartheidsstaat”.


Misschien wordt het tijd dat Europese regeringsleiders zich afvragen of hier niet met twee maten wordt gemeten. Israël wordt herhaaldelijk beschuldigd van praktijken die in de omliggende regio aantoonbaar en op grotere schaal voorkomen.


Des te opmerkelijker is het dat de Belgische regering sinds ongeveer een jaar geen consulaire bijstand meer verleent aan Belgische inwoners op de Westelijke Jordaanoever.


Beeld credits: Hartono creative studio via Unplash

bottom of page