Iraans voetbal als decorstuk voor Trump-bashing

De redactie van een talkshow belde. Of ik had gehoord dat de FIFA toegangskaarten voor de Iraanse voetbalbond had ingetrokken en wat ik ervan vond.
Eigenlijk heel logisch, zei ik. We moeten ophouden te doen alsof Iran een normaal land is. Alsof de gemiddelde Iraniër even een retourtje Amerika boekt om een potje voetbal te kijken. Er is een groot verschil tussen Iran en Iraniërs en het islamitische regime. Daar zit geen overheid die netjes kaartjes verdeelt onder de bevolking.
Kinderen begraven
Veel Iraniërs hebben wel iets anders aan hun hoofd. Ze hebben pas hun kinderen begraven die door het regime zijn doodgeschoten. Ze proberen eten en medicijnen te betalen in een economie die door een inflatie van 85 procent is verwoest. Voor miljoenen mensen is de vraag niet hoe ze in een Amerikaans stadion terechtkomen, maar hoe ze de maand überhaupt doorkomen.

Die tickets verdwijnen in de bekende kanalen van het regime: corrupte functionarissen, Basij-milities, de vaste kring rond de Revolutionaire Garde. En mensen die overal opduiken waar het regime een vlag moet laten wapperen.
De redacteur luisterde beleefd. Ik voelde al wat er kwam. Want zo werkt het altijd. Iran als aanleiding, Amerika als eindbestemming. „Wat ga je zeggen als we je uitnodigen omdat Amerika allerlei beperkingen oplegt?”
Daar was het dus. Het ging niet over Iran of Iraniërs. Het ging over Trump en de „grote satan” Amerika. Ik wist dat mijn antwoorden haar zouden teleurstellen. Toch sprak ik ze uit. Ik weigerde de Iraniër te spelen die Trump bekritiseert, terwijl mensen daar door het regime worden uitgemoord.
Als je het over Iran wilt hebben, laten we het dan ook echt over Iran hebben, zei ik. Dat de voorzitter van de ayatollahs-voetbalbond, Mehdi Taj, hiervoor een van de commandanten was van de Revolutionaire Garde.
Dat sportbonden in Iran opereren onder een regime dat geen onafhankelijkheid tolereert. Dat voetbalwedstrijden in Iran vaak uitmonden in protesten. Dat Iraniërs zich openlijk van het nationale elftal hebben afgekeerd. Dat Iraanse ballingen wereldwijd demonstreren zodra het regime-elftal ergens opduikt. Dat ze de echte Iraanse vlag met de zon en leeuw het stadion binnendragen — in plaats van de vlag van de Islamitische Republiek met Allah-o-Akbar erop.
Die avond keek ik vanuit mijn woonkamer naar de uitzending. Een tafel vol Nederlanders sprak over Iran en Iraniërs zonder zich één seconde af te vragen wat die daar zelf van vinden. De vele terechtgestelde topsporters van Iran? Niet genoemd. De vraag of dit nationale elftal überhaupt nog iets met het Iraanse volk te maken heeft? Onbesproken.
’Die halve gare in Washington’
De Amerika-deskundige sprak over „die halve gare in Washington”. De voetbaldeskundige vond het vooral sneu dat ’Iraniërs’ niet welkom waren. En zo werden de Iraniërs opnieuw slachtoffer — niet van Trump, maar van de mensen die pretendeerden ze te verdedigen. Iraniërs als decorstuk. Belangrijk genoeg om een mening over Amerika te ventileren, te onbelangrijk om zelf aan het woord te komen. De ayatollahs houden ze monddood tegen de prijs van vele mensenlevens. Hier doen we het gratis.
Keyvan Shahbazi – Gast auteur van BeNews (Teheran, 1964) is cultureel psycholoog, schrijver en opiniemaker en de auteur van de bestseller over Iran; De Amerikaan van Karadj. Hij adviseerde Nederlandse bewindspersonen, doceerde aan de Politieacademie en is bestuurslid van Comité Iran Vrij. In 2024 werd hij uitgeroepen tot Vrijdenker van het Jaar; in 2025 werd hij genomineerd voor de Pim Fortuynprijs. In 2026 won hij de Pim Fortuynprijs. Hij schreef jarenlang columns voor de Volkskrant en publiceert sinds 2020 in De Telegraaf. In 2025 stonden twee van zijn boeken tegelijk in de Bestseller Top 60.
Dit artikel verscheen eerder op 17 juni, 2026, in De Telegraaf.
Beeld credits: Keyvan Shahbazi



