top of page

Europa en Iran - de rekening van Europese passiviteit

Foto van schrijver: Redactie / Editors
Redactie / Editors
21 jun
4 minuten om te lezen

Toen op 7 oktober 2023 Israël werd aangevallen door Hamas en de spanningen in het Midden-Oosten uiteindelijk uitmondden in een directe confrontatie rond Iran, koos Europa opnieuw voor de veilige zijlijn. Terwijl Europese leiders graag spreken over internationale veiligheid, mensenrechten en de verdediging van de democratische wereldorde, bleek in de praktijk dat Europa vooral verwacht dat anderen de prijs betalen. Dat is een houding die niet alleen de relatie met Washington nog verder onder druk heeft gezet, maar ook ernstige gevolgen kan hebben voor de toekomstige veiligheid van het continent. 


De harde realiteit is dat België en de rest van Europa uiteindelijk de hoogste prijs betalen voor hun eigen afwachtende gedrag en tegenwerking van hulpverzoeken door de Verenigde Staten en Israël, twee belangrijke democratische partners. Dit is niet omdat Europese steden direct worden getroffen door raketten uit Iran, maar omdat Europa zijn geloofwaardigheid als strategische partner verliest. De Verenigde Staten kijken al jarenlang met groeiende frustratie naar bondgenoten die profiteren van Amerikaanse bescherming zonder bereid te zijn een vergelijkbare bijdrage terug te leveren. 


Europese passiviteit komt tegen een grote prijs
Europese passiviteit komt tegen een grote prijs

Na de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023 ontstond binnen Europa geen eensgezind front. Veel regeringen aarzelden om Israël voluit te steunen en veel regeringen met name in West-Europa lieten zich intimideren door extreem links en islamisten onder hun bevolkingen. Toen de confrontatie met Iran dit voorjaar verder escaleerde, werd die verdeeldheid nog duidelijker zichtbaar. De meeste Europese landen wilden zich zo veel mogelijk afzijdig houden, terwijl anderen zoals Spanje en Italië ook nog beperkingen oplegden aan het gebruik van luchtruim of Amerikaanse militaire faciliteiten in de desbetreffende landen. Vanuit Washington wordt dat gezien als een fundamenteel probleem binnen het bondgenootschap. 


Dat gevoel leeft niet alleen bij president Donald Trump. Ook minister van buitenlandse zaken Rubio en vicepresident Vance hebben duidelijk gemaakt dat de Verenigde Staten niet eindeloos kunnen blijven opdraaien voor de veiligheid van bondgenoten die zelf onvoldoende investeren in hun defensie en daarnaast actief de Verenigde Staten willen steunen. De boodschap is eenvoudig: wie bescherming wil, moet ook bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen. 


Die kritiek komt niet uit de lucht vallen. Al decennialang vragen Amerikaanse presidenten Europese NAVO-landen om meer te investeren in defensie. Toch werd in veel landen het tegenovergestelde gedaan. Onder leiding van Mark Rutte werden in Nederland grote delen van de krijgsmacht wegbezuinigd en waren er zelfs geen kogels meer op voorraad. Duitsland volgde onder Angela Merkel een vergelijkbare koers en België is pas dit jaar begonnen onder de nieuwe regering van Bart De Wever (N-VA) om qua uitgaven aan defensie van onder de 1% van het nationale inkomen naar 2% te gaan, terwijl de NAVO- afspraak inmiddels al 3.5% - 5% is en tot vorig jaar 2% was. Vergeet niet dat België ook nog de NAVO huisvest en dus van alle NAVO- investeringen van de overige landen, met name de VS, profiteren.


Terwijl Rusland sinds 2005 steeds agressiever optrad, van Georgië tot Oekraïne, bleef een groot deel van Europa geloven dat vrede vanzelfsprekend was. 

Waarschuwingen waren er nochtans genoeg. Vladimir Poetin maakte nooit een geheim van zijn ambities om de Russische invloedssfeer uit te breiden. Toch kozen veel Europese regeringen ervoor om defensiebudgetten te verlagen, militaire capaciteit af te bouwen en afhankelijker te worden van Amerikaanse bescherming. Het resultaat is een continent dat economisch sterk is, maar militair kwetsbaar. 


De discussie rond Iran legt die zwakte pijnlijk bloot. Wanneer een grote internationale crisis uitbreekt, beschikt Europa nauwelijks over de militaire slagkracht om zelfstandig op te treden. Tegelijkertijd verwacht men in Europa wel dat de Verenigde Staten onmiddellijk klaarstaan wanneer Europese belangen of veiligheid worden bedreigd. Die asymmetrie wordt in Washington niet meer geaccepteerd.  


Dat brengt ons bij een nog belangrijkere vraag: wat gebeurt er als China besluit Taiwan aan te vallen? Zal Europa dan opnieuw vooral verklaringen afleggen terwijl de Verenigde Staten de militaire en financiële lasten dragen? Of zal Europa eindelijk bereid zijn om zijn eigen rol als geopolitieke macht serieus te nemen? 


Voor Amerikaanse beleidsmakers is Taiwan inmiddels een cruciale test. Als Europa niet bereid is om bondgenoten in Azië te steunen, waarom zouden Amerikaanse belastingbetalers dan onbeperkt moeten blijven investeren in de verdediging van Europa? Die vraag klinkt steeds vaker in Republikeinse én Democratische kringen. 


De waarheid is ongemakkelijk. Europa kan niet tegelijkertijd eisen dat de Verenigde Staten de Europese veiligheid blijven garanderen, weigeren om voldoende in defensie te investeren, zich afzijdig houden bij internationale conflicten én vervolgens verwachten dat Washington zonder voorwaarden blijft optreden als wereldpolitie.  


Daarom is de recente NAVO-koerswijziging ingezet door president Trump en uitgevoerd door NAVO-topman Mark Rutte zo belangrijk. De afspraak om defensie-uitgaven fors te verhogen is geen cadeau aan Trump, maar een noodzakelijke correctie op jarenlang strategisch zelfbedrog en hypocriet gedrag richting onze belangrijkste bondgenoot. Veiligheid begint met Europese verantwoordelijkheid. 


De crisis rond Iran heeft nogmaals duidelijk gemaakt dat geopolitieke macht niet voortkomt uit mooie toespraken, maar uit geloofwaardige militaire capaciteit en betrouwbare bondgenootschappen. Als Europa die les niet leert, dreigt het continent nog minder invloed te krijgen dan het al heeft op de wereldorde die het zegt te willen verdedigen. 


De Verenigde Staten en Israël zijn inmiddels het leidende partnerschap om de vrije westerse democratische waarden in de wereld te beschermen. Als Europa terug mee wilt doen zal het nu echt heel snel openlijk steun moeten geven aan de VS, Israël en ook Taiwan.

Het gaat immer om agressie van islamitische bewegingen, Rusland en China, dreigingen die ook Europa rechtstreeks raken.


De keuze is heel eenvoudig. Europa kan opnieuw een volwassen strategische partner worden voor de vrije wereld die verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen veiligheid en die van zijn bondgenoten. In Washington is na de oorlog met Iran wederom het gevoel bevestigd dat de rekening van die Europese houding lang genoeg door Amerika is betaald.


Uiteindelijk zal Europa zelf de gevolgen dragen. Deze strategische misstap is nu nog te herstellen maar over enkele jaren mogelijk niet meer. Onder een volgende president, of die nu een Democraat of Republikein is, zullen de VS hun beleid op dat vlak niet meer wijzigen. 


Image credits: Christian Lue via Unsplash

 

bottom of page