De dubbele moraal van de Belgische rechtspraak - twee maten, selectieve justitie

Er is iets grondig mis met de Belgische rechtspraak als het gaat over vrijheid van meningsuiting. De dubbele moraal die de Belgische rechtspraak hanteert, is niet langer te negeren. Twee gevallen, twee uitspraken, één conclusie: selectieve justitie bepaalt in België wie straffeloos mag spreken en wie niet. En de vrijheid van meningsuiting blijkt in de praktijk niet voor iedereen gelijk te zijn.
Laat ons beginnen met het geval Herman Brusselmans, de bekende Vlaamse schrijver die schreef dat hij iedere jood een “puntig mes in de keel wil steken”. Een uitspraak die objectief gelezen niets anders is dan een oproep tot geweld, een aansporing tot moord op basis van etnische of religieuze afkomst. Precies het soort uitlating waarvoor de Belgische wet, en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, een heel helder kader biedt. Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld is strafbaar. Of toch zou het toch moeten zijn. Brusselmans werd vrijgesproken. De Belgische rechtspraak vond blijkbaar dat dit binnen de grenzen van artistieke vrijheid of maatschappelijk debat viel. Een puntig mes in de keel. Vrijgesproken.

Nu vergelijken we dit met het geval van politicus Dries Van Langenhove, die veroordeeld werd voor, onder andere, de uitspraak: "We zien dat de blanke man het vrij goed doet, bij de zwarte mannen gaat het iets minder goed." Een zin die, los van de politieke kleur van de spreker, statistisch aantoonbaar correct is. Elke serieuze sociaaleconomische studie in België bevestigt dat mannen van Afrikaanse origine gemiddeld slechter scoren op vlak van arbeidsmarktintegratie, gezinsstructuur en criminaliteitscijfers. Dat is geen racisme, dat is een maatschappelijk probleem dat vraagt om erkenning, debat en beleid. Wie een probleem benoemt, lost het niet op. Maar wie het niet mag benoemen, lost het zeker niet op. Van Langenhove werd veroordeeld. De dubbele moraal van de Belgische rechtspraak kan haast niet duidelijker worden geïllustreerd.
Dit is selectieve justitie in haar puurste vorm. Wanneer een schrijver oproept tot geweld tegen joden en vrijuit gaat, maar een politicus feiten uitspreekt over sociaaleconomische ongelijkheid en veroordeeld wordt, dan klopt er iets fundamenteel niet. De vrijheid van meningsuiting is in België klaarblijkelijk afhankelijk van de politieke positionering van de spreker, van zijn populariteit in bepaalde kringen, of van de vraag of zijn uitspraak past binnen het heersende narratief.
Laat dit duidelijk zijn: dit is geen verdediging van het volledige gedachtegoed van Van Langenhove. Zijn eerdere vergelijking tussen de pride-vlag en pedofilie is aantoonbaar onjuist, gratuit en kwetsend, en het is terecht dat zulke uitspraken maatschappelijk worden veroordeeld. Maar maatschappelijke veroordeling is iets anders dan juridische veroordeling. In een rechtsstaat veroordeelt een rechter uitspraken die de wet overtreden, niet uitspraken die politiek onwelgevallig zijn. Die grens lijkt in België steeds vaker te vervagen.
De vrijheid van meningsuiting is geen absoluut recht. Er zijn grenzen: aanzetten tot geweld, laster, het ontkennen van genocide. Maar die grenzen moeten voor iedereen even breed of even smal zijn. Als een oproep om mensen te steken geen vervolging oplevert, maar een feitelijk correcte sociologische observatie wél, dan is de maatstaf niet de wet, maar de ideologie. En een rechtspraak die op basis van ideologie oordeelt, is geen rechtspraak meer. Dat is selectieve justitie, verpakt in toga.
België heeft een ernstig probleem met de consistentie van zijn rechtspraak in zaken die vrijheid van meningsuiting betreffen. En zolang de Belgische rechtspraak de dubbele moraal blijft cultiveren, waarbij de ene uitlating straffeloos blijft en de andere bestraft wordt op grond van politieke kleur in plaats van juridische inhoud, ondermijnt ze haar eigen geloofwaardigheid. Een rechtsstaat staat of valt met gelijke toepassing van de wet. Niet met twee maten en twee gewichten.
De burger verdient betere uitleg. En de wet verdient gelijkwaardige toepassing. Want selectieve justitie is, op termijn, geen justitie meer. Misschien dat we in België, net zoals in de Verenigde Staten het geval is, naar een systeem moeten gaan van grotendeels door het volk gekozen rechters, openbare aanklagers en andere gezagsdragers. Misschien dat klassenjustitie door een kaste van gelijkgestemden voorkomen kan worden.
Beeld credits: Planet Volumes via Unsplash



