De Belgische boycot en dubbele moraal omtrent Israëlische producten uit Westelijke Jordaanoever

Bijgewerkt op: 12 aug
De Belgische Boycot van Israëlische Nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever - Waarom geldt het internationaal recht blijkbaar niet voor iedereen?
België heeft een nieuwe stap gezet in zijn beleid ten aanzien van Israël. Sinds de nieuwe maatregel van kracht is, mogen producten uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever niet langer worden ingevoerd. Volgens de regering is dat een principiële keuze die voortvloeit uit het internationaal recht. Maar wie de internationale verhoudingen met dezelfde maatstaf bekijkt, kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat België juist het tegenovergestelde doet: zeer selectief recht toepassen en dan ook nog bij een land en volk dat structureel aangevallen wordt, waardoor ze geen andere keus heeft dan die gebieden blijvend te controleren.
Waarom wordt Israël opnieuw als uitzondering behandeld, terwijl vergelijkbare territoriale conflicten elders nauwelijks leiden tot sancties of handelsverboden? Die vraag vormt de kern van het debat rond de Belgische boycot en de beschuldigingen van dubbele standaarden in Israël.

De Westelijke Jordaanoever is juridisch complexer dan vaak wordt voorgesteld
In het publieke debat wordt de Westelijke Jordaanoever meestal omschreven als "bezet Palestijns gebied". Dat is de tegenwoordig dominante visie van de Verenigde Naties, de Europese Unie en veel staten. Toch is de juridische werkelijkheid heel wat minder zwart-wit dan vaak wordt gesuggereerd.
De Oslo-akkoorden uit 1993 en 1995 verdeelden het gebied in Area A, B en C. Area A kwam onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit, Area B onder gedeeld bestuur en Area C bleef onder Israëlisch civiel en militair bestuur totdat de partijen in onderhandelingen een definitieve status zouden bereiken.
Israël stelt daarom dat de uiteindelijke soevereiniteit nooit definitief is vastgesteld en alleen door onderhandelingen kan worden bepaald. Dat standpunt wordt internationaal niet algemeen gedeeld, maar het laat wel zien dat de juridische situatie onderwerp is van debat en niet de eenvoudige kwestie waarvoor zij vaak wordt gehouden.
Israëlische nederzettingen liggen in het historische hart van het Joodse volk
Wat internationaal bekendstaat als de Westelijke Jordaanoever heet in de Joodse geschiedenis Judea en Samaria.
Plaatsen als Hebron, Shilo en Bet El vormen al meer dan drieduizend jaar een essentieel onderdeel van de Joodse geschiedenis. De aanwezigheid van Joden in deze regio begon niet in 1967 en evenmin in 1948. Zij gaat duizenden jaren terug.
Dat betekent niet dat alle huidige Israëlische nederzettingen boven politieke of juridische discussie verheven zijn. Wel betekent het dat de geschiedenis aanzienlijk genuanceerder is dan het beeld van uitsluitend moderne kolonisatie. Er wonen momenteel 2 miljoen Arabieren in Israël en minder dan een half miljoen Joden in “Palestina”
Gaza liet zien dat terugtrekking niet automatisch vrede brengt
Voorstanders van verdere territoriale concessies wijzen vaak op de noodzaak van vrede. Israël heeft echter al eerder een volledige terugtrekking uitgevoerd.
In 2005 werden alle Israëlische nederzettingen in Gaza ontmanteld en duizenden Joodse bewoners geëvacueerd en werd Gaza na duizenden jaren Judenrein verklaard. Een jaar later won Hamas de Palestijnse verkiezingen en in 2007 greep de organisatie met geweld de volledige macht in Gaza.
Sindsdien volgden jaren van raketaanvallen vanuit Gaza op Israëlische burgers. Met 7 oktober 2023 als absoluut dieptepunt, toen Hamas een grootschalige terroristische aanval uitvoerde waarbij ongeveer 1.200 mensen werden vermoord en honderden anderen werden ontvoerd met de Gaza oorlog tot gevolg. Geen enkele Gazaan die het opnam voor de Joodse slachtoffers of gijzelaars en hand in eigen boezem stak.
Voor veel Israëli's bevestigde dit dat territoriale concessies absoluut geen garantie bieden voor vrede of veiligheid.
De dubbele moraal van België
De kernvraag blijft waarom België juist Israël economisch wil treffen.
Turkije controleert sinds 1974 Noord-Cyprus, dat het tot de dag van vandaag illegaal bezet houdt. Cyprus is nota bene een EU-lid.
Marokko bezet illegaal de Westelijke Sahara en de lokale bevolking wordt er structureel gediscrimineerd en weggepest.
China voert volgens talrijke mensenrechtenorganisaties een grootschalig repressiebeleid in Xinjiang en Tibet en bezet deze gebieden. In het geval van China kunnen we zeker ook spreken van genocide, Oeigoeren uit Xinjiang worden gesteriliseerd, in concentratiekampen opgesloten en het gebied wordt overspoeld door Han Chinezen.
Rusland bezet delen van Georgië en inmiddels twintig procent van het Oekraïens grondgebied. Bij de bezetting van de Krim en zelfs het bezetten van delen van de Donbas gaf het Westen geen krimp en keken westerse leiders als Merkel en Obama de andere kant op Ook België deed toen niets.
Iran ondersteunt Hezbollah, een door veel landen als terroristische organisatie aangemerkte beweging die grote delen van Libanon feitelijk bezet en gegijzeld houdt en het land al jaren destabiliseert.
Waarom zien we geen Belgische importverboden voor producten uit deze gebieden? Die importverboden had België al jarenlang geleden moeten invoeren als “bezetting” niet gewenst is. Wanneer internationaal recht werkelijk de leidraad is, zou men verwachten dat vergelijkbare situaties ook vergelijkbaar worden behandeld. De prioriteit zou dan niet moet liggen bij een bevriende democratie die een doodstrijd levert onder eindeloze terreuraanvallen maar bij landen als China, Marokko, Rusland en Turkije die al decennia lang gebieden illegaal bezet houden.
Is dit werkelijk een principiële keuze?
België presenteert de boycot als een kwestie van mensenrechten en internationaal recht. Maar selectiviteit roept onvermijdelijk vragen op. Waarom wordt uitsluitend Israël economisch aangepakt, terwijl andere langdurige territoriale conflicten geen of nauwelijks vergelijkbare consequenties kennen? Wie universele normen verdedigt, moet die ook universeel toepassen. Anders ontstaat de indruk dat politieke voorkeuren belangrijker zijn dan juridische principes.
Dubbele moraal ondermijnt geloofwaardigheid
Israël is niet perfect en verdient, net als iedere democratie, kritiek wanneer daar aanleiding voor bestaat. Maar kritiek wordt wel heel ongeloofwaardig wanneer zij vrijwel uitsluitend op één land wordt gericht. Juist Israël – de enige liberale democratie in het Midden-Oosten – lijkt voortdurend onder een vergrootglas te liggen, terwijl autoritaire regimes met een veel slechtere staat van dienst op het gebied van mensenrechten zelden met vergelijkbare economische maatregelen worden geconfronteerd. Dit beleid riekt naar antisemitisme. En antisemitisme vanuit overheidsbeleid is de meest weerzinwekkende vorm van antisemitisme. Zeker Europa, met zijn nog recente geschiedenis van de Holocaust, zou dit moeten begrijpen.
België heeft het recht eigen politieke keuzes te maken. Maar wanneer die keuzes alleen Israël raken en vergelijkbare conflicten ongemoeid laten, is het niet vreemd dat steeds meer mensen spreken van een dubbele moraal.
Als internationaal recht werkelijk universeel is, mag het geen instrument worden dat slechts tegen één land wordt ingezet. Gelijke principes verdienen gelijke toepassing. Alleen dan behouden zowel het recht als het Europese mensenrechtenbeleid hun geloofwaardigheid.
Beeld credits: KOBU Agency via Unsplash



