België ’s morele kruistocht tegen Israël heeft een prijs – Stop (h) arming Israël

Bijgewerkt op: 20 mei
Er zijn momenten waarop een overheid haar rug recht moet houden. Maar er zijn ook momenten waarop zij vooral poseert alsof zij moreel superieur is, terwijl de werkelijkheid ingewikkelder en gevaarlijker is dan een persconferentie in Brussel. Het Belgische beleid dat export en doorvoer van defensiematerieel naar Israël verbiedt, valt steeds meer in die tweede categorie. Het wordt verkocht als principieel, menselijk en juridisch voorzichtig. In werkelijkheid dreigt het te ontaarden in symboolpolitiek, selectieve verontwaardiging en strategische zelfbeschadiging. België 's morele kruistocht tegen Israel heeft een prijs. Het is tijd te stoppen met harming Israel in plaats van stop arming Israel.
Controle op wapenexport is noodzakelijk. Geen enkel land mag achteloos militair materieel leveren zonder zicht op eindgebruik, risico’s en mogelijke schendingen van internationaal recht. Zeker in oorlogstijd moet een democratische rechtsstaat zorgvuldig omgaan met defensiegoederen. Maar er is een groot verschil tussen serieuze controle en een politiek gemotiveerd verbod dat één land uitzonderlijk hard treft. België lijkt die grens steeds meer te overschrijden.

Het verbod past in een bredere politieke houding waarin Israël niet langer wordt behandeld als een democratische bondgenoot met een buitengewoon ingewikkeld veiligheidsprobleem, maar als een verdachte staat die moreel buitenspel moet worden gezet. Dat is gevaarlijk. Israël is geen willekeurige actor in het Midden-Oosten. Het is een democratische staat in een regio waar het wordt geconfronteerd met vijandige regimes, milities en terreurorganisaties. Het land leeft al decennia met raketaanvallen, aanslagen, gijzelingen, grensdreigingen en existentiële dreiging door organisaties die openlijk antisemitische en gewelddadige doelen nastreven.
Wie dat vergeet, maakt van buitenlandse politiek een karikatuur. De oorlog in Gaza heeft verschrikkelijke humanitaire gevolgen gehad. Palestijnse burgers hebben enorm geleden. Dat leed verdient erkenning. Kritiek op Israëlisch militair optreden is legitiem, soms zelfs noodzakelijk. Maar kritiek is iets anders dan Israël structureel isoleren op defensievlak, alsof het land geen recht heeft zich te verdedigen tegen vijanden die zijn bestaan niet erkennen.
Israël bevindt zich in de frontlinie van de strijd tegen terrorisme. Die strijd speelt zich niet alleen in het Midden-Oosten af, maar ook in Europa. België weet dat uit eigen ervaring, na de aanslagen in Zaventem en Brussel. Israël heeft een indrukwekkende staat van dienst op het gebied van inlichtingen, contraterrorisme, cyberveiligheid en defensietechnologie. Europa kan daar baat bij hebben. Het is dus vreemd dat België juist deze partner op afstand zet.
De Belgische overheid presenteert haar beleid als juridisch-technisch. Men spreekt over vergunningen, eindgebruik, doorvoer, dual-usegoederen en internationale verplichtingen. Maar achter die taal schuilt een duidelijke politieke keuze: Israël wordt apart gezet. Niet met dezelfde ijver andere landen, vaak dictaturen, waar mensenrechten en internationale normen structureel onder druk staan. Juist daarom voelt dit beleid selectief.
Selectiviteit is funest voor geloofwaardigheid. Een land dat zegt te handelen uit morele principes, moet die principes breed en consequent toepassen. Wanneer België streng is voor Israël, maar voorzichtiger spreekt over staten en bewegingen die terreur financieren, burgers onderdrukken of regionale instabiliteit veroorzaken, ontstaat de indruk dat het niet om universele waarden gaat, maar om politieke mode. Israël is in bepaalde Europese kringen de ideale zondebok geworden: zichtbaar, democratisch genoeg om onder druk te zetten, klein genoeg om symbolisch te straffen en omstreden genoeg om binnenlands applaus op te leveren.
Dat binnenlandse applaus lijkt voor politici belangrijk. Veel van dit beleid lijkt niet ontworpen om de situatie in het Midden-Oosten daadwerkelijk te verbeteren, maar om in België een signaal af te geven: kijk eens hoe moreel wij zijn. Maar buitenlandse politiek is geen moreel theater. Het doel moet zijn om veiligheid, recht en stabiliteit te bevorderen. Een beleid dat goed voelt, is nog niet automatisch goed beleid.
Er is ook een economische prijs. België leeft van handel, logistiek, havens, technologie en internationale ketens. Defensiematerieel is allang niet meer beperkt tot tanks, geweren en munitie. Het gaat vaak om onderdelen, elektronica, sensoren, software, beschermingssystemen, communicatietechnologie en goederen die zowel civiel als militair kunnen worden gebruikt. Wanneer de overheid brede beperkingen oplegt aan export en doorvoer, ontstaat onzekerheid bij bedrijven in complexe internationale netwerken.
Voor logistieke spelers is voorspelbaarheid essentieel. Een haven, luchthaven of transportbedrijf kan niet functioneren wanneer elke politieke schommeling het risico creëert dat goederenstromen plots worden geblokkeerd. Vandaag is Israël het doelwit. Morgen kan een andere bestemming politiek controversieel worden. Bedrijven en NAVO-partners, zoals de Verenigde Staten, zullen zich afvragen of België nog een betrouwbare schakel is. Ze kunnen routes verleggen, investeringen uitstellen of kiezen voor landen waar regels duidelijker en minder afhankelijk zijn van politieke druk.
Ook de Belgische defensie-industrie en technologiesector worden geraakt. Defensiesamenwerking is niet alleen een kwestie van leveren, maar ook van leren. Israël is een belangrijke speler op het gebied van luchtverdediging, drones, cyberveiligheid, sensoren, grensbewaking, medische noodtechnologie en militaire innovatie. Een land dat voortdurend onder dreiging leeft, ontwikkelt noodgedwongen geavanceerde veiligheidsoplossingen. Door de relatie te versmallen tot wantrouwen en embargo’s, snijdt België zichzelf af van kennis en samenwerking die in een gevaarlijker wereld juist belangrijker worden.
De Verenigde Staten en Israël zullen bij defensie-export en het delen van inlichtingen rekening houden met wie hun betrouwbare partners zijn. Stel dat Amerikaanse defensiebedrijven wapens in België willen produceren en die later aan Israël willen leveren. Gaat België dat blokkeren? Het resultaat zal niet zijn dat Israël die wapens niet krijgt. Het gevolg kan wel zijn dat België investeringen, export en strategische relevantie verliest. In het ergste geval blijft België zelf verstoken van defensiecapaciteit die het hard nodig heeft nu Europa zijn veiligheid opnieuw moet opbouwen.
Die wereld wordt gevaarlijker. Rusland voert oorlog tegen Oekraïne. Iran bedreigt Israël direct en indirect en steunt gewapende groepen in de regio. China bouwt zijn militaire macht uit. Terroristische netwerken verdwijnen niet. Cyberaanvallen nemen toe. Europa zegt intussen strategisch autonomer te willen worden. Maar tegelijk behandelt België defensiesamenwerking alsof zij verdacht is zodra Israël in beeld komt. Dat is tegenstrijdig. Je kunt niet pleiten voor een sterker veiligheidsbeleid en tegelijk een democratische veiligheidspartner politiek besmet verklaren.
Het argument van de Belgische overheid is dat men niet wil bijdragen aan mogelijke schendingen van internationaal recht. Dat uitgangspunt is begrijpelijk. Een rechtsstaat moet niet leveren wanneer er een duidelijk risico bestaat dat goederen worden gebruikt voor oorlogsmisdaden. Maar juist daarom is een algemene politieke blokkade een bot instrument. Beter is strikte beoordeling per dossier, heldere eindgebruik controle, geen wapenexport naar dictaturen en diplomatieke druk waar nodig. Dat is volwassen beleid. Een breed verbod dat vooral één land treft, is een politiek gebaar.
Daarbij verkleint België zijn invloed. Invloed heb je wanneer je betrokken blijft, voorwaarden kunt stellen, gesprekken voert en samenwerking gebruikt als hefboom. Wie zichzelf uit de keten haalt, heeft minder te zeggen. Israël zal zijn defensiebehoeften elders invullen. De wereld stopt niet omdat België een moreel standpunt inneemt. Andere landen nemen de rol over. Het resultaat is niet minder oorlog, maar minder Belgische invloed.
Het beleid heeft ook een schadelijk maatschappelijk effect. Het versterkt de polarisatie rond Israël en de Palestijnen. Wie de veiligheid van Israël verdedigt, wordt al snel weggezet als onverschillig tegenover Palestijns leed. Wie opkomt voor Palestijnse burgers, wordt geacht automatisch voor sancties tegen Israël te zijn. Dat is een valse tegenstelling. Men kan tegelijk erkennen dat Palestijnse burgers bescherming verdienen, dat Hamas een terreurorganisatie is, dat Israël recht heeft op zelfverdediging en dat militair optreden aan juridische grenzen gebonden moet zijn.
België zou een andere weg moeten kiezen: niet kritiekloos pro-Israël, maar eerlijker, consequenter en strategischer. Controleer defensie-export streng, maar doe dat per geval. Wees kritisch op burgerslachtoffers, maar erken de veiligheidsrealiteit van Israël. Spreek over Palestijnse rechten, maar ook over de vernietigende rol van Hamas en andere gewapende groepen. Gebruik diplomatie om invloed te behouden, niet embargo’s om morele zuiverheid te tonen. En wees consequent: wie mensenrechten als maatstaf neemt, moet die maatstaf overal hanteren.
Geen enkel land verdient een blanco cheque. Maar Israël verdient ook geen uitzonderlijke behandeling als paria. Een bondgenoot bekritiseer je wanneer dat nodig is, maar je snijdt hem niet lichtvaardig af in een regio waar vijanden klaarstaan. België zou moeten begrijpen dat veiligheid, recht en diplomatie niet tegenover elkaar hoeven te staan. Het huidige export- en doorvoerverbod doet alsof dat wel zo is.
Wanneer morele ijver het wint van strategisch verstand, wordt buitenlands beleid een toneelstuk. België speelt daarin graag de rol van principiële vredesbrenger. Maar achter het applaus schuilt een ongemakkelijke waarheid: dit beleid maakt België niet invloedrijker, niet veiliger en niet consequenter. Het maakt België vooral zelfgenoegzamer. En zelfgenoegzaamheid is een slechte gids in een wereld die steeds gevaarlijker wordt.
Beeld credits: Resource Database via Unsplash



