Belgisch begrotingstekort - Waarom België bezuinigingen niet langer kan uitstellen

Bijgewerkt op: 2 aug
Het Belgisch begrotingstekort loopt nog altijd verder op en behoort structureel tot de grootste financiële uitdagingen van het land. In het verleden onder vorige regeringen is er weinig tot niets aan gedaan. De huidige regering onder premier Bart De Wever (N-VA) zal verder moeten ingrijpen. Tegelijkertijd zijn ook miljarden nodig voor defensie, de tijd van potverteren is definitief voorbij. Zonder ingrijpende bezuinigingen dreigt de overheidsschuld in België de komende jaren nog veel verder door te stijgen, terwijl de almaar stijgende rentelasten steeds meer belastinggeld opslokken. Daarbij kunnen de sociale uitgaven niet langer buiten schot blijven en moeten ook de kosten van immigratie onderdeel zijn van een eerlijk en realistisch debat. Politieke taboes en het wensdenken uit het recente verleden dat geld gratis is, verhinderen tot nu toe dat structurele keuzes worden gemaakt om de overheidsfinanciën opnieuw gezond te maken.
Belgisch begrotingstekort vraagt om structurele hervormingen
Het Belgisch begrotingstekort is geen tijdelijk probleem dat vanzelf verdwijnt wanneer de economie aantrekt. Al jarenlang geeft de overheid structureel veel meer uit dan er binnenkomt en behoort de belastingdruk in België tot de hoogste van Europa. Het beslag dat de overheid op de economie legt knijpt de economie dusdanig af dat er nauwelijks mogelijkheid is tot investeren voor ondernemers en uitgaven door burgers.
De vergrijzing en eindeloze immigratie uit met name islamitische landen, de almaar stijgende gezondheidskosten, de exorbitante kosten van het volstrekt nutteloze energie- en klimaatbeleid en als laatste de almaar oplopende rentelasten maken de situatie alleen maar ernstiger.

De financiële markten verwachten dat lidstaten van de EU hun begroting onder controle houden, maar België dreigt de komende jaren nog verder achterop te raken. Zonder hervormingen zal een steeds groter deel van de belastinginkomsten verdwijnen naar de afbetaling van schulden en rente, waardoor minder geld beschikbaar blijft voor onderwijs, defensie, infrastructuur en innovatie.
Daarom moeten bezuinigingen in België niet worden gezien als een strafmaatregel voor de overheid en burger, maar als een noodzakelijke stap om toekomstige generaties niet met een nog grotere schuldenberg op te zadelen.
Bezuinigingen in België moeten beginnen bij de overheid
Wanneer over besparen wordt gesproken, kijken politici vaak als eerste naar burgers. Maar in België zou de overheid eerst kritisch naar zichzelf moeten kijken. België beschikt over een uitzonderlijk complexe staatsstructuur met een federale regering, drie gewesten, drie gemeenschappen, provincies, honderden gemeenten en talloze overheidsagentschappen.
Deze bestuurlijke versnippering zorgt voor dubbele bevoegdheden, extra administraties en hoge personeelskosten. Daardoor kan dezelfde beleidsdoelstelling door meerdere overheden tegelijk worden uitgevoerd. Zwitzerland, dat een vergelijkbare staatsstructuur heeft met meerdere taalgemeenschappen, slaagt er wél in het land draaiende houden met een veel lager overheidsbeslag op de economie.
Bezuinigingen in België kunnen daarom beginnen met het samenvoegen van administraties, het verminderen van politieke kabinetten en het afbouwen van overbodige adviesorganen. Ook een grondige evaluatie van subsidies en consultancycontracten kan aanzienlijke besparingen opleveren zonder dat de dienstverlening aan burgers noodzakelijk verslechtert.
Digitalisering biedt daarnaast kansen om administratieve processen efficiënter te organiseren en de personeelskosten op langere termijn te beperken.
En natuurlijk moet het confederalisme weer op tafel gelegd worden. Zwitserland laat zien dat dat dé oplossing is, niet alleen voor België, maar voor de EU als geheel.
Sociale uitgaven in België verdienen een grondige evaluatie
De sociale uitgaven in België behoren tot de hoogste van Europa. Dat is deels een bewuste politieke keuze, maar de vraag is of het huidige systeem op lange termijn betaalbaar blijft.
Pensioenen, gezondheidszorg, werkloosheidsuitkeringen en langdurige arbeidsongeschiktheid nemen een steeds groter deel van de federale begroting in beslag. Door de vergrijzing zal deze druk de komende decennia alleen maar toenemen.
Dat betekent niet dat de sociale zekerheid moet worden afgebroken, maar wel dat ze efficiënter moet worden georganiseerd. De sociale uitgaven kunnen beter worden gericht op mensen die daadwerkelijk ondersteuning nodig hebben, terwijl langdurige afhankelijkheid van uitkeringen actiever moet worden aangepakt.
Meer begeleiding naar werk, strengere controles op langdurige arbeidsongeschiktheid en maatregelen die werken financieel aantrekkelijker maken, kunnen zowel de uitgaven beperken als de belastinginkomsten verhogen.
Een hogere werkzaamheidsgraad blijft uiteindelijk de meest duurzame manier om het Belgisch begrotingstekort terug te dringen. De regering De Wever heeft een begin gemaakt. Het kan echter niet zo zijn dat enorme aantallen werklozen in Wallonië en Brussel geen banen aannemen in Vlaanderen waar de economie wel goed draait en de werkloosheid laag is.
Kosten immigratie in België moeten bespreekbaar zijn
Ook de kosten immigratie België mogen geen taboe vormen. Het publieke debat hierover wordt vaak gedomineerd door uitersten, terwijl een genuanceerde analyse absoluut noodzakelijk is.
Immigratie levert alleen economische voordelen op wanneer hoogopgeleide nieuwkomers deelnemen aan de arbeidsmarkt en bij kenniswerkers (Expats). Kennismigranten die permanent willen blijven, zullen geen recht op sociale gelden moeten krijgen als ze de landstalen niet machtig zijn en niet hebben bijgedragen aan het sociale vangnet via de belastingen. De eerste 25 jaar zou geen enkele migrant zomaar sociale gelden moeten kunnen ontvangen. Het huidige systeem is de nagel aan de doodskist van de sociale welvaartstaat. Wederom de Zwitsers en de Denen begrijpen dit wel en hebben daar altijd hun beleid op aangepast. Werkende migranten betalen belastingen, vullen knelpuntberoepen in en dragen bij aan de economische groei. De rest kosten onze samenleving alleen maar heel veel miljarden.
Bovendien brengt immigratie ook kosten met zich mee. Denk aan opvang, asielprocedures, huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, taalopleidingen en sociale begeleiding. Wanneer integratie slecht verloopt of mensen langdurig afhankelijk blijven van sociale voorzieningen, lopen de kosten van immigratie in België aanzienlijk op. Bovendien stijgen de huizenprijzen almaar door vanwege de eindeloze migratie richting ons land. Iedere nieuwkomer moet onderdak krijgen. In Nederland en Groot-Brittannië zien we al waar dit toe leidt. In ieder geval hebben migranten in Vlaanderen niet direct recht op sociale huurwoningen zoals in Nederland, waar ze zelfs met dringende voorrang aan woningen geholpen worden.
Daarom moet het beleid sterker inzetten op snelle procedures, een efficiënte terugkeer van afgewezen asielzoekers en een efficiënte integratie van mensen die mogen blijven, door henzelf betaald. Iemand die niet werkt, mag niet blijven, expats krijgen voorrang via een puntensysteem en er komt een jaarlijks quotum voor hoeveel de netto migratie mag zijn.
Alleen nieuwkomers die een job hebben, zijn voor België gewenst, hoe kleiner de budgettaire impact van de kosten van immigratie hoe meer gewenst de situatie is voor België.
Een open debat over al deze kosten en baten is noodzakelijk om het Belgisch begrotingstekort geloofwaardig aan te pakken.
Gewesten moeten meer verantwoordelijkheid dragen
De financiering van de gewesten verdient eveneens een kritische evaluatie. Vandaag ontvangen de regio's aanzienlijke middelen, terwijl de federale overheid verantwoordelijk blijft voor een groot deel van de sociale zekerheid en de staatsschuld.
Een systeem waarin gewesten meer financiële verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen beleid kan leiden tot efficiënter bestuur en een grotere stimulans om economische groei te bevorderen. Ook hier kan weer verwezen worden naar het Zwitserse confederatiesysteem, dat buitengewoon efficient werkt en waar de kantons concurreren met elkaar.
Ook de samenwerking tussen gewesten kan worden verbeterd. Op verschillende domeinen bestaan nog steeds overlappende administraties die onnodig veel belastinggeld kosten.
Dergelijke hervormingen sluiten aan bij de noodzakelijke bezuinigingen in België, zonder dat automatisch wordt geraakt aan essentiële publieke dienstverlening.
Politieke moed is belangrijker dan nieuwe belastingen
België behoort al jaren tot de landen met de hoogste belastingdruk ter wereld. Daarom lijkt het weinig realistisch om het Belgisch begrotingstekort via nieuwe belastingen op te lossen.
De uitdaging ligt aan de uitgavenzijde. Zowel de sociale uitgaven in België, de organisatie van de overheid als de kosten immigratie verdienen een objectieve evaluatie. Geen enkel beleidsdomein mag vooraf worden uitgesloten van hervormingen behalve defensie, aangezien het veilig houden van het land zwaar verwaarloosd is de afgelopen decennia en dit de belangrijkste taak van de overheid is. De NAVO afspraken staan, België zat op 1% uitgaven van het bnp aan defensie. Inmiddels is net sinds 2026 met pijn en moeite 2% bereikt en het moet doorgroeien naar 3.5% en nog 1.5% voor infrastructuur (tanks moeten ook over bruggen kunnen rijden, en ook digitale infrastructuur is zeer belangrijk).
Politici zullen daarbij nu echt serieus hele moeilijke keuzes moeten maken en uitleggen aan hun kiezers. Iedere hervorming raakt belangen, maar niets doen betekent dat toekomstige generaties uiteindelijk een nog veel hogere prijs betalen en ons land failliet gaat.
Conclusie
Het Belgisch begrotingstekort is uitgegroeid tot een structureel probleem dat niet langer kan worden opgelost met tijdelijke maatregelen of creatieve begrotingstechnieken. Duurzame bezuinigingen in België vragen om een efficiëntere overheid, een kritische evaluatie van de sociale uitgaven, een realistisch debat over de kosten immigratie en meer verantwoordelijkheid voor de verschillende bestuursniveaus.
Alleen wanneer politici bereid zijn over partijgrenzen heen moeilijke beslissingen te nemen, kan België zijn overheidsfinanciën opnieuw op een duurzaam spoor brengen. De vraag is niet langer óf er hervormingen nodig zijn, maar hoe lang men nog kan wachten voordat de rekening nog hoger oploopt. Het beste is bij het gewenste resultaat te beginnen en dan te gaan terugrekenen. De overheid kan in vergelijking met wederom Zwitserland prima 50% kleiner zijn en tot een beter resultaat kunnen komen.
Beeld credits: Towfiqu Barbhuiya via Unsplash



