top of page

De asieldemonstraties zijn een waarschuwing aan de bestuurlijke klasse - Er wordt met vuur gespeeld met de asiel crisis die in Nederland plaatsvind

Foto van schrijver: Daniël de Liever
Daniël de Liever
29 mei
5 minuten om te lezen

De recente asieldemonstraties in onder meer Loosdrecht, IJsselstein, Uithoorn en Apeldoorn laten iets zien wat Nederland niet langer kan negeren. Demonstranten door heel Nederland luiden de noodklok dat de massamigratie moet stoppen en dat het draagvlak op is. Nederland wordt, samen met de rest van Europa, steeds herkenbaarder en onveiliger en dat verdient erkenning. Nog belangrijker, het verdient bestuurlijke actie.

Asieldemonstraties zijn een waarschuwing aan de bestuurlijke klasse. De Nederlandse overheid speelt met vuur in de asiel crisis.


Dat lijkt nu in Nederland alles behalve begrepen te worden door het kabinet en in bredere zin de ‘kletsende klasse'. Het enige wat aandacht krijgt in Den Haag is de ontsporing op kleine schaal bij sommige asieldemonstraties.


Natuurlijk moet geweld worden veroordeeld. Brandstichting zoals laatst in Loosdrecht gebeurde, bedreiging, intimidatie en aanvallen op politie of hulpdiensten zijn onaanvaardbaar. Daarover mag geen misverstand bestaan. Een democratische rechtsstaat kan alleen functioneren als burgers hun onvrede uiten zonder geweld. Daarbij mogen we echter niet vergeten dat de meeste asieldemonstranten gelukkig vreedzaam te werk gaan.


Wie verder na zulke ontsporingen alleen nog over de ontsporing wil praten, mist echter de kern. Een kleine groep relschoppers mag nooit het excuus worden om een veel groter maatschappelijk signaal weg te zetten. Want achter deze protesten zit een bredere en diepere onvrede. Die gaat niet alleen over één opvanglocatie, één gemeente of één noodopvang. Zij gaat over een overheid die al jarenlang niet in staat is gebleken het migratiebeleid op een democratisch gedragen manier te organiseren.


Netherlands bevind zich in een asiel crisis
Netherlands bevind zich in een asiel crisis

Al decennia dezelfde boodschap

Dat probleem speelt al veel langer dan vandaag. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking, en die van de meeste West-Europese landen, wil al decennia minder ongecontroleerde migratie, en vooral minder asielmigratie. Dat sentiment is niet marginaal. Het komt telkens terug in verkiezingen, peilingen, lokale protesten en maatschappelijke discussies. Toch is de uitkomst in de praktijk vaak hetzelfde: het systeem verandert niet wezenlijk. De instroom blijft hoog, de opvang loopt vast, gemeenten worden onder druk gezet en burgers krijgen achteraf te horen dat hun dorp of stad een opvanglocatie moet accepteren.


Daar zit de bestuurlijke fout. De overheid beroept zich voortdurend op de rechtsstaat, maar geeft daar een smalle en technocratische invulling aan. De rechtsstaat wordt dan vooral: regels zijn regels, wetten gelden, internationale verplichtingen moeten worden nageleefd en bestuurders moeten uitvoeren. Dat is allemaal niet onwaar. Maar het is ook niet genoeg. Een rechtsstaat is meer dan juridische geldigheid. Hij heeft democratische legitimiteit nodig om stabiel te blijven.


De spreidingswet als bestuurlijke dwang

Juist dat lijkt de bestuurlijke klasse te zijn vergeten. Een beleidsterrein dat dertig jaar lang botst met de wens van een groot deel van de bevolking, kan niet eindeloos worden voortgezet met verwijzing naar procedures, verdragen en bestuurlijke noodzaak. Op papier kan het allemaal kloppen. In de samenleving kan het ondertussen steeds verder gaan wringen. En als die spanning te lang wordt genegeerd, komt zij uiteindelijk op straat terecht.


De spreidingswet is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Die wet wordt gepresenteerd als een bestuurlijke oplossing voor een vastgelopen opvangsysteem. Gemeenten moeten eerlijker bijdragen aan de opvang van asielzoekers. Op zichzelf klinkt dat ordelijk en redelijk. Maar politiek gezien is het iets anders: een impopulair landelijk probleem wordt via dwang over gemeenten verdeeld. Lokale gemeenschappen krijgen een verplichting opgelegd omdat het nationale systeem niet functioneert.


Daarmee wordt het draagvlak niet hersteld, maar verder uitgehold. De vraag is niet alleen of de spreidingswet juridisch kan. De vraag is ook of het verstandig is om een beleid dat al zo weinig vertrouwen geniet, met dwang verder de samenleving in te duwen. Wie burgers jarenlang vertelt dat hun zorgen serieus worden genomen, maar vervolgens toch via wetgeving opvangplekken afdwingt, moet niet verbaasd zijn als mensen concluderen dat inspraak vooral een ritueel is geworden.


Draagvlak is geen bijzaak

Dat betekent niet dat elke demonstrant gelijk heeft. Het betekent ook niet dat gemeenten nooit een rol kunnen spelen bij opvang. Maar het uitgangspunt moet veranderen. Opvang zou niet als een vanzelfsprekend recht moeten worden behandeld, maar als een tijdelijke gunst die een samenleving alleen kan verlenen als zij daar bestuurlijk, financieel en maatschappelijk toe in staat is. Ook bescherming vraagt draagvlak, begrenzing en uitvoerbaarheid.


De overheid heeft de asielcrisis jarenlang laten ontstaan. Zij heeft te weinig grip op instroom, procedures, terugkeer en opvangcapaciteit. Zij heeft gemeenten te vaak geconfronteerd met noodoplossingen. Zij heeft lokale zorgen te vaak gezien als hinderlijke weerstand in plaats van als democratisch signaal. En zij heeft onvoldoende onderkend dat draagvlak niet oneindig is.


Een crisis die niet zo mag heten

Nog schadelijker is dat sommige bestuurders, waaronder de huidige minister van Asiel en Migratie (CDA), de crisis niet eens als crisis lijken te willen benoemen. Wie weigert de aard van het probleem helder te erkennen, kan het ook niet oplossen. Voor veel burgers klinkt dat als bestuurlijke ontkenning. Zij zien overvolle opvanglocaties, noodopvang in hotels of oude gemeentehuizen, oplopende kosten en spanningen in dorpen en wijken. Ze herkennen steeds minder de straat of wijk waar zij in wonen. Als een minister of bestuurder dan vooral benadrukt dat procedures worden gevolgd of dat de situatie beheersbaar is, groeit de afstand alleen maar.


Die afstand is gevaarlijk. Niet omdat de meerderheid van de demonstranten gewelddadig is. Integendeel. De meeste mensen die protesteren tegen asielopvang doen dat zonder geweld. Zij maken zich zorgen over veiligheid, leefbaarheid, druk op voorzieningen, woningnood of het gevoel dat hun gemeente geen echte keuze heeft. Wanneer die zorgen steeds worden overschaduwd door de daden van een kleine groep, voelen zij zich opnieuw niet gehoord.


De verkeerde reflex

Daar ontstaat een giftige dynamiek. Een kleine groep ontspoort. Bestuurders en commentatoren richten vervolgens alle aandacht op die ontsporing. Daardoor verdwijnt het onderliggende asielprobleem uit beeld. De brede groep bezorgde burgers ziet dat als bewijs dat hun zorgen alleen serieus worden genomen wanneer het misgaat, maar dan meteen worden weggezet als extremisme. Het resultaat is nog meer wantrouwen.


Een volwassen bestuur zou beide dingen tegelijk moeten kunnen zeggen. Geweld is fout. En het migratiebeleid is vastgelopen. Intimidatie is onaanvaardbaar. En de spreidingswet schuurt met democratisch draagvlak. Relschoppers moeten worden aangepakt. En de zorgen van gewone inwoners moeten serieus worden genomen. Het probleem is dat dit onderscheid in het huidige debat vaak verdwijnt.


De rechtsstaat heeft vertrouwen nodig

Daarmee speelt de bestuurlijke klasse met vuur. Want het vertrouwen in democratie en rechtsstaat daalt niet alleen door boze burgers. Het daalt ook door bestuurders die hun eigen gelijk blijven organiseren terwijl een groot deel van de bevolking afhaakt. Democratische legitimiteit is geen luxe. Zij is de zuurstof van de rechtsstaat. Zonder die zuurstof worden wetten ervaren als bevelen van bovenaf in plaats van als uitdrukking van gezamenlijke besluitvorming.


Dat is precies de les die Den Haag zou moeten trekken uit de protesten in Loosdrecht, IJsselstein, Uithoorn, Apeldoorn en andere plaatsen. Deze demonstraties zijn geen incidenten aan de rand van het land. Zij zijn signalen uit de samenleving. Ze laten zien dat de grens tussen bestuurlijke controle en maatschappelijk draagvlak steeds dunner wordt.


Het einde van geduld

Wie die signalen negeert, maakt het probleem groter. Niet elke boze burger wordt een extremist. Maar elke burger die jarenlang merkt dat zijn stem niets verandert, kan het vertrouwen verliezen dat democratische politiek nog werkt. Dan ontstaat ruimte voor radicalisering, cynisme en afkeer van instituties. Dat is niet alleen een probleem voor het asielbeleid. Dat is een probleem voor de rechtsstaat zelf.


De uitweg begint met eerlijkheid. Er is wel degelijk een asielcrisis. Niet alleen een opvang-crisis. Niet alleen een uitvoeringsprobleem. Nederland moet opnieuw bepalen hoeveel migratie het aankan, hoe asielopvang eerlijk en begrensd wordt georganiseerd, hoe procedures sneller kunnen, hoe terugkeer daadwerkelijk wordt uitgevoerd en hoe lokale gemeenschappen weer echte invloed krijgen.


Dat vraagt om politieke moed om te erkennen dat het huidige systeem niet alleen praktisch vastloopt, maar ook democratisch is uitgeput. De overheid kan niet blijven doen alsof het volk slechts hoeft te wennen aan besluiten die elders al zijn genomen. De maat is vol.


Daniel de Liever is redacteur bij NieuwRechts en schrijft voor verschillende media, waaronder The European Conservative en Junge Freiheit, over culturele en politieke thema’s.


Beeld credits: Katie Moum via Unsplash

 

bottom of page