Zuhal Demir en de politisering van de universiteiten
- Marc Cogen

- 5 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Zuhal Demir werd ingezworen als Vlaams Minister voor Onderwijs in september 2024. Het is tijd om na twintig maanden een voorlopige balans op te maken van haar werk ten dienste van het onderwijs in Vlaanderen, in het bijzonder haar houding tegenover de Vlaamse universiteiten. Laten we haar eigen woorden citeren waarom ze in de politiek is gestapt. In een interview van 29 juni 2025 verklaarde ze dat ze zich niet meer zou laten tegenhouden door partijkleuren of politieke standpunten want ze beweerde “het algemeen belang” te verdedigen.
Wat is het algemeen belang van het universitair onderwijs?
Een goed uitgangspunt is de overtuiging dat het universitair onderwijs niet dient om studenten te vertellen wat ze moeten denken maar wel hoe ze denken. De Westerse opleidingen en de beoefening van de wetenschap zijn immers gebaseerd op rationeel denken, metingen en observatie. Politieke overtuigingen zijn niet noodzakelijk gebaseerd op dit uitgangspunt. Integendeel, ze steunen dikwijls op eigenbelang, een drang om controle te verwerven en de wil om andere opinies te negeren.
Het politieke denken is helaas meer en meer de basis geworden van het Vlaams universitair onderwijs. De minister schijnt zich hiervan niet bewust te zijn. De radicale DEI (diversity, equity, inclusion) en extreme rechtvaardigheidstheorieën zijn nu deel van een reeks universitaire opleidingen. Het wordt gepromoot door een radicale maar invloedrijke groep van professoren, vakbonden en studentenverenigingen.

De universitaire autonomie als een schild van immuniteit.
Op basis van een grote universitaire autonomie, voor het eerst vastgelegd in het universiteitendecreet van 12 juni 1991, kregen ideologisch gedreven groepen volgens critici steeds meer invloed. Academici worden aangesteld door de facultaire departementen. Sommige departementen doen de selectie van toekomstige professoren niet meer op basis van vakbekwaamheid maar op loyauteit tegenover de dominerende opiniestroom. Dit is een vicieuze cirkel geworden en verklaart de verborgen dynamiek van radicalizering en eenzijdigheid van een deel van de academici en hun studentenopleidingen. Het is een ironie dat uitgerekend de professoren die pleiten voor diversiteit en inclusie juist de aanstelling van gelijkdenkenden als toekomstige professoren uitvoeren. Zodra een departement of een faculteit in hun handen is, komt niemand meer aan bod met een andere visie.
De evolutie sinds 1991 heeft grote maatschappelijke gevolgen. Het onderwijs is immers stroomopwaarts terwijl de arbeidsmarkt stroomafwaarts is. Elk jaar worden duizenden studenten opgeleid in een gepolitiseerde universiteit. Na hun studies verspreiden ze hun aangeleerde eenzijdige boodschap – wat ze moeten denken – in posities bij de overheid, in de media, in de talrijke door de overheid gesubsidieerde NGO’s en in de bedrijfswereld.
Wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de huidige universitaire crisis?
De Vlaamse regering ontkent en verzwijgt de politisering van de universiteiten die nochtans voor iedereen zichtbaar is geworden tijdens de Gaza oorlog. Universitaire gebouwen worden regelmatig bezet door kefiyeh dragende studenten, hun gezicht bedekt. Hoewel het om een kleine en luidruchtige minderheid gaat, voelen duizenden studenten zich geïntimideerd door de bezettingen en de slogans die vaak een herhaling zijn van de slogans van ISIS en Hamas.

Het recht op protest en de uiting van meningen zijn een deel van onze democratie, waaronder onze universiteiten. Maar de manier waarop ze worden geuit is even belangrijk. Men hoeft geen gebouwen te bezetten of gebouwen te bekladden met slogans en vlaggen om een opinie te uiten. Het recht van anderen om ongestoord universitair onderwijs te volgen wordt niet gerespecteerd door bezettingen, slogans of graffiti op gebouwen.
In een pluralistische samenleving is het recht op vrije meningsuiting er voor iedereen. Intimidatie door middel van problematisch activistisch gedrag ontkent de vrijheid voor elke student of academicus.
De zwakke universitaire besturen durven geen actie ondernemen. Zuhal Demir, de Vlaamse minister van onderwijs, zwijgt. De radicale eenzijdigheid wordt banaal en genormalizeerd in het universitaire leven in Vlaanderen.
Wie is uiteindelijk verantwoordelijk om de politisering van de universiteiten en de daaruit voortvloeiende radicalizering te stoppen?
Het antwoord is de politici zelf die de decretale macht en de financiering in handen hebben.
De Vlaamse Gemeenschap financiert de universiteiten. Indien de universitaire besturen verzuimen om het onderwijs in een serene sfeer en in veiligheid te organizeren, is de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de Vlaamse regering, en in het bijzonder bij Zuhal Demir. De universiteiten dienen gesanctioneerd te worden indien ze de minimale vereisten van sereniteit, academische toewijding en neutraliteit niet willen garanderen. Dringende maatregelen zijn nodig in het algemeen belang.
De universiteiten dreigen kweekscholen te worden van activistische minderheden. De passiviteit van de universitaire besturen wordt gerechtvaardigd met de bewering dat ze door de wet beschermd zijn, een decreet die hen een absolute autonomie en immuniteit zou geven.
Dit kan niet blijven duren.
Beeldcredits: Zuhal Demir (NV-A) , Marc G. E. Cogen



