top of page

Begroting, bezuiniging, overheidsapparaat en subsidies - Vlaanderen moet nu durven doorpakken

  • Foto van schrijver: Redactie / Editors
    Redactie / Editors
  • 1 minuut geleden
  • 5 minuten om te lezen

De Vlaamse regering heeft een akkoord over de begroting. Dat is op zichzelf goed nieuws, want regeren begint bij tellen. Maar wie eerlijk telt, weet ook dat één ronde bezuiniging niet volstaat. Vlaanderen kan niet blijven doen alsof het overheidsapparaat vanzelf slanker wordt en alsof subsidies heilige koeien zijn die nooit naar de slachtbank mogen. Een goed begrotingsakkoord is geen eindpunt. Een begrotingsakkoord is hoogstens het begin van een volwassen gesprek over wat de overheid nog moet doen, wat ze beter kan doen en vooral: wat ze niet langer moet doen. 


Er is in Vlaanderen lang een comfortabele gewoonte gegroeid. Elk maatschappelijk probleem kreeg een loket, elk loket kreeg een administratie, elke administratie kreeg een budgetlijn en elke budgetlijn kreeg verdedigers. Zo ontstaat geen beleid, maar een ecosysteem. Wie erin leeft, vindt het logisch. Wie ervoor betaalt, ziet vooral dat de rekening stijgt. 


Overheids budget van Vlaanderen is niet in balans
Overheids budget van Vlaanderen is niet in balans

Daarom moet deze begroting meer zijn dan een boekhoudkundige oefening. Ze moet een politieke keuze worden. De keuze om niet alleen nieuwe inkomsten te zoeken of lasten subtiel te verschuiven, maar om eindelijk de uitgavenkant structureel aan te pakken. Want wie vandaag alleen wat bijstuurt, moet morgen harder ingrijpen. En wie morgen harder moet ingrijpen, zal precies die mensen raken die men vandaag zegt te willen beschermen. 


Het overheidsapparaat is daarbij geen vijand. Ambtenaren zijn geen karikaturen. Vlaanderen heeft goede ambtenaren, loyale diensten en mensen die elke dag proberen dossiers vooruit te krijgen. Maar een goede en efficiënte overheid is niet hetzelfde als een grote overheid. Integendeel: hoe groter het apparaat, hoe groter het risico dat efficiëntie en geld verdwijnt in coördinatie, overleg, rapportering en eindeloze procedures. Dan wordt beleid een fabriek van beleidsnota’s, niet van resultaten. 


Een echte bezuiniging op het overheidsapparaat vraagt dus meer dan wat vacatures niet invullen. Ze stelt de vraag die in de politiek te weinig wordt gesteld: zouden we deze dienst, deze regeling, deze verplichting vandaag opnieuw uitvinden als ze nog niet bestond? Als het antwoord nee is, moet men durven schrappen. Niet hernoemen. Niet verplaatsen. Niet “optimaliseren” met een nieuw logo maar schrappen.


In Argentinië zien we dat de overheid onder president Milei weer lucht heeft gegeven aan de economie en samenleving door uitgaven en regels te schrappen en de overheidskosten voor de samenleving te verlagen. 


Hetzelfde geldt voor subsidies. Vlaanderen is kampioen in het subsidiëren van goede bedoelingen. Maar goede bedoelingen zijn geen bewijs van goed beleid. Een subsidie moet geen beloning zijn voor wie het formulier het best invult. Ze moet een aantoonbaar publiek doel dienen. Als dat doel niet helder is, als het resultaat niet meetbaar is, of als de steun vooral een sector in stand houdt die zonder overheidsgeld niet levensvatbaar is, dan moet de politiek eerlijk zijn: dan kopen we afhankelijkheid met belastinggeld en dat kost de samenleving uiteindelijk heel veel welvaart. 


Subsidies hebben bovendien een sluipend effect. Ze maken organisaties voorzichtig. Wie leeft van publieke middelen, bijt niet graag in de hand die voedt. Zo ontstaat een maatschappelijk middenveld dat officieel onafhankelijk is, maar financieel aan het infuus ligt. Dat is ongezond voor de begroting én ongezond voor het publieke debat. Een vrije samenleving heeft sterke burgers, verenigingen en bedrijven nodig, niet alleen gesubsidieerde structuren die iedere verandering tegen werken.  


De Vlaamse regering verdient krediet wanneer ze erkent dat de begroting niet vanzelf gezond wordt. Maar krediet is geen blanco cheque. De belastingbetaler mag verwachten dat de bezuiniging niet alleen terechtkomt bij zichtbare maatregelen die burgers meteen voelen, terwijl de interne machine grotendeels blijft draaien. Wie de zorgpremie verhoogt, premies afbouwt of projecten schrapt, moet tegelijk tonen dat de overheid eerst naar zichzelf heeft gekeken. 


Dat is een kwestie van legitimiteit. Bezuinigingen worden pas aanvaardbaar wanneer ze eerlijk lijken. En eerlijkheid begint bovenaan. Minder kabinetten, minder consultants, minder versnipperde agentschappen, minder tijdelijke projectpotjes die permanent worden: dat zijn geen symbolische dossiers. Dat zijn signalen dat de politiek begrijpt dat overheidsgeld niet van de overheid is. Het is geld van mensen die werken, ondernemen, consumeren, sparen en belasting betalen. Een kleine efficiënte overheid is zeker mogelijk. Kijk naar Zwitserland, een land wat vergelijkbaar is met België maar dat als confederatie met directe democratie een systeem heeft waarin overheden met elkaar moeten concurreren en blijvend verantwoording moeten afleggen aan de burger - de belastingbetaler. 


Natuurlijk zal elke besparing protest oproepen bij de groepen die geraakt worden. Voor elke subsidie bestaat een persbericht. Voor elke regeling bestaat een belangengroep. Voor elke afgeschafte afdeling of dienst bestaat iemand die zegt dat de samenleving instort. Maar politiek leiderschap bestaat erin onderscheid te maken tussen lawaai en noodzaak. Niet alles wat luid verdedigd wordt, is essentieel. En niet elke belasting euro uitgeven zonder erbij na te denken of het nodig is, is vanzelfsprekend. 


De Vlaamse (en federale) begroting moet daarom niet alleen in evenwicht zijn op papier, maar ook in morele zin. Een overheid die burgers vraagt om meer te betalen of minder steun te ontvangen, moet bewijzen dat ze zelf minder beslag legt op middelen. Dat betekent: minder bestuurlijke drukte, minder dubbele bevoegdheden, minder subsidies zonder harde evaluatie, minder beleid dat vooral ander beleid compenseert. 

Vlaanderen heeft geen nood aan een jaarlijkse begrotingsshow waarin na nachtelijke onderhandelingen wordt aangekondigd dat het “moeilijk maar verantwoordelijk” was. Vlaanderen heeft nood aan een meerjarige sanering van gewoontes. De echte vraag is niet of er 1,5 miljard gevonden is. De echte vraag is of men eindelijk de reflex doorbreekt waarbij elke uitgave vanzelf een verworven recht wordt.  


Een slanker overheidsapparaat hoeft geen koudere samenleving te betekenen. Integendeel. Een overheid die minder doet, kan beter doen wat echt nodig is: onderwijs, infrastructuur, veiligheid en zorg. Onderwijs dat werkt, infrastructuur die vooruitgaat, zorg die terechtkomt bij wie ze nodig heeft, veiligheid en rechtszekerheid. Maar daarvoor moet de overheid wel stoppen met overal tegelijk aanwezig te willen zijn en telkens verder uit te breiden, waardoor de samenleving verstikt wordt. 


De Vlaamse regering heeft met het begrotingsakkoord een kleine eerste stap gezet. Maar de volgende stappen zijn belangrijker. De begroting mag geen oefening zijn in net genoeg bezuiniging om het cijfer te halen. Het moet geen kaasschaafmethode worden van overal een beetje bezuinigen en de lasten overal een beetje verhogen. Het moet het begin zijn van een cultuurverandering: minder overheidsapparaat waar het kan, minder subsidies waar het moet, meer discipline in elke euro die wordt uitgegeven. 


Want uiteindelijk is begroten kiezen. En wie niet kiest, laat de factuur kiezen. Die factuur komt altijd terecht bij dezelfde mensen: de werkende Vlaming, de jonge gezinnen, de ondernemers, de toekomstige generaties. Zij verdienen meer dan een akkoord. Zij verdienen een overheid die eindelijk durft zeggen: niet elke uitgave is beleid, niet elke subsidie is solidariteit. Er kan niet voor elke vorm van nutteloze overheidsdienstverlening een loket zijn.


De begroting is rond. Nu het beleid nog.


Beeld credits: Owfiqu Barbhuiya

bottom of page