Khomeini: de man die de sjah ten val bracht
- Tamas Vajda

- 5 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Ruhollah Khomeini bouwde een regime dat geworteld was in repressie, bloedvergieten en staatsgesponsorde terreur, een combinatie die het Midden-Oosten en daarbuiten al decennialang destabiliseert.

Wat in dit verhaal vaak onderbelicht blijft, is de Palestijnse rol in het tot stand brengen van de Islamitische Republiek.
Tijdens de jaren 1970 was de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) een sterk gemilitariseerd transnationaal netwerk met trainingskampen in Libanon, Syrië en Jordanië, diep ingebed in mondiale terroristische circuits.
In de aanloop naar 1979 kregen Iraanse islamistische militanten die gelinkt waren aan Khomeini wapentraining, guerrilla-instructie en operationele expertise van PLO‑facties, vooral via kampen in Libanon. Dat omvatte stedelijke oorlogsvoering, sabotage en terreurtactieken die later door de revolutionaire instellingen van Iran werden overgenomen.
Palestijnse jihadisten en PLO‑operatives waren aanwezig op het terrein tijdens de Iraanse Revolutie en ondersteunden islamistische krachten tijdens de chaotische ineenstorting van het veiligheidsapparaat van de sjah.
Een van Khomeini’s eerste symbolische daden na de machtsovername was het overdragen van de Israëlische ambassade in Teheran aan de PLO, die hij omvormde tot de Palestijnse ambassade. Dat was meer dan symboliek. Het formaliseerde een strategische alliantie die al snel wapenleveringen, gezamenlijke training en ideologische afstemming omvatte.
Die vroege samenwerking hielp de operationele blauwdruk vormgeven van de Islamitische Revolutionaire Garde en later Hezbollah, waarvan de oprichters samen met Palestijnse facties in Libanon werden getraind. De Iraanse proxy‑oorlogsvoering werd gebouwd op bestaande Palestijnse militante infrastructuur en knowhow.
Ondanks ideologische verschillen tussen Palestijnse militantie en sjiitisch islamisme, werden beide bewegingen verenigd door een gemeenschappelijk kader: de afwijzing van Israëls bestaan en de normalisering van terrorisme als politieke strategie. Khomeini nam dat kader over en schaalde het op — eerst regionaal, daarna wereldwijd.
De islamistische terreurarchitectuur van Iran werd niet in 1979 uitgevonden. Ze werd samengesteld uit reeds bestaande militante netwerken, getraind door anderen, en verfijnd tot staatsdoctrine — met directe Palestijnse betrokkenheid, lang voordat Teheran de belangrijkste sponsor van jihadistische bewegingen in de regio werd.
Dat oorsprongsverhaal bepaalt de regio vandaag nog steeds.
Beeldcredits
Foto: Iraans Ministerie van Buitenlandse Zaken, 1979 / Publiek Domein via Wikimedia Commons.







Opmerkingen